Turkse literatuur - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Turkse literatuur

Turkije > Taal en cultuur

De Nobelprijs voor Orhan Pamuk is aanleiding er op te wijzen, dat Turkije een rijke literatuur bezit. Veel schrijvers zijn maatschappelijk geëngageerd (dat betekent vrijwel altijd ‘links’) en in feite is Pamuk een van de minst ‘politieke’. Hij heeft maar eenmaal een ‘politieke roman’ geschreven nl ‘Sneeuw’ (Kar) waarin hij zijn personages verschillend politieke stromingen laat verwoorden, zonder daarin zelf een voorkeur uit te spreken. Dat zou dus politici met lange tenen uit alle richtingen kunnen irriteren. Pas toen hij in een vraaggesprek zei, dat door toedoen van Turkije 1 mln Armeniërs en 30.000 Koerden zijn omgekomen, begon een aanklager een proces tegen hem, dat echter werd afgeblazen.  

Pamuk heeft een enorme kennis van de Osmaanse geschiedenis, en ook van Europese literatuur. Veel van zijn romans hebben het verschil tussen ‘Oost’ en ‘West’ tot thema, maar zonder dat dit te nadrukkelijk wordt getoond, wellicht nog het meest in ‘De witte vesting’ (Beyas Kale). Zijn bestboek vind ik ‘Het huis van de stilte’ (Sessiz Ev) Hij is ongetwijfeld een groot schrijver, maar velen zijn met mij van mening, dat Yasar Kemal de prijs nog meer verdiend had.

Yaşar Kemal
is een geboren volksverteller. Zijn verhalen zijn een mengsel van realiteit en sprookje, met een unieke stijl. Hij is van Koerdische afkomst en is wellicht de enige belangrijke auteur die zuiver ‘Turkse’ thema’s behandelt. Veel van zijn romans spelen zich af in het gebied rond Adana en brengen het daar heersende bijgeloof, maar ook het sociale onrecht van de grootgrond-bezitters aan het licht. Zijn laatste trilogie: ‘Het verhaal van een eiland’ (Bir ada hikayesi) behandelt de ‘uitzetting’ (‘volks-uitwisseling’)   van de Grieks-christelijke bewoners (in Turkije ‘Rum’ genoemd) van West Turkije in de nasleep van de eerste Wereldoorlog, met flash-backs waarin zijn weerzin tegen oorlog en wreedheid steeds doorklinkt.

Kemal deinst niet terug voor felle kritiek o
p het Turkse regeringsbeleid (‘strijd tegen terrorisme’) in het Koerdische gebied, en heeft al enige malen de gevangenis van binnen gezien. Dat hij steeds weer vrijkwam (en wellicht dat hij nog leeft) dankt hij aan zijn internationale faam. Toen de Turkse premier Yılmaz hem eens opbelde om hem met een vrijspraak geluk te wensen, antwoordde hij: ‘Ik accepteer van jou geen felicitatie, doe eerst maar eens meer aan de mensenrechten’.

Aziz Nesin
is een verdienstelijke humoristische schrijver, die openlijk verklaarde atheïst te zijn.  Dat is in Turkije ‘not done’ en hij ontkwam ternauwernood aan een lynchpartij. Van boven-gemiddelde kwaliteit zijn ook enkele vrouwelijke auteurs. Bijna al hun romans hebben een thema dat met emigratie, althans ‘moderniteit’ te maken heeft.

   In de eerste plaats Adalet Ağaoğlu.
Van haar is de uitspraak: 'Een schrijver die tevreden is met de maatschappij waarin hij leeft, zou de pen zelfs niet ter hand mogen nemen'. Haar roman (Fikrimin ince gülü) is in het Duits vertaald: ‘Zarte Rose meiner Sehnsucht' en vertelt met milde humor een dag uit het leven van een Turkse gastarbeider die als levensdoel heeft om met een rozenkleurige Mercedes in zijn geboortedorp terug te keren. De vele politieke toespelingen ontgaan helaas aan buitenstaanders.

  De schrijfster Aysel Ozakın
, van wie tenminste 2 boeken vertaald zijn, geeft in haar boek ‘Ik voel me hier niet thuis’(Gurbet, yavrum.., letterlijk: ’In den vreemde, mijn kind’) een goede indruk van een, althans voor mij, onbekende episode na de tweede wereldoorlog, waar idealisme stuk liep op de gevestigde machten, terwijl zij in flash-backs conflicten  met Armeniërs in haar geboorteplaats Urfa vlak na de eerste wereldoorlog beschrijft.

 Minder grote literatuur, maar wel origineel en boeiend zijn de boeken van de feministe Duygu Asena. Haar eerste en beste is: ‘De vrouw heeft geen naam’ (Kadının adı yok), dat na een waarschuwing van de minister (gevaarlijk voor de jeugd) in één jaar 40 drukken beleefde.  Zij was een gezochte columniste en haar laatste boek, in de vorm van e-mail chat tussen twee vriendinnen, is ook vertaald. Zij overleed in 2007 .

    Tenslotte moet nog de in 1963 overleden Nazim Hikmet
worden genoemd. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste moderne Turkse dichter.  Behalve de, inderdaad zeer ‘moderne’ en dus moeilijk vertaalbare gedichten, heeft hij op bijzondere wijze Turkse sprookjes herverteld (zie vertalingen) en een roman geschreven, die onder de onwijze titel: ‘De romantici’ in het Nederlands is vertaald. Het ademt dezelfde geest als zijn bekendste gedichtenbundel, die de guerrilla (‘bevrijdingsoorlog’ kort na WO II) als onderwerp heeft.
    Omdat hij behalve een sterke vaderlandsliefde ook ‘linkse’ sympathieën had, bracht hij een groot deel van zijn leven in gevangenissen door en werd zijn werk door alle regeringen  miskend, zodat het veel moeite kostte het te verzamelen.  

   Natuurlijk zijn er nog veel meer hedendaagse schrijvers die niet tot de grote literatuur kunnen worden gerekend. Zeer geliefd is de journaliste-schrijfster Ayşe Kulin
. Een recent boek van haar wil ik noemen: Het heeft tot titel ‘Ademloos’ (Nefes nefese), en beschrijft de (fictieve) lotgevallen van een Turks-Joodse familie in de 2de wereldoorlog. Het is gebaseerd op onderzoek naar de hulp van twintig in het nawoord met name genoemde Turkse diplomaten, dank zij wier hulp honderden Joden gered zijn.     

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu