Radetske Marsch - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Radetske Marsch

Boekbesprekingen
(Roman door Joseph Roth)

De Oosenrijk-Hongaarse ‘Dubbelmonarchie’ (K.u.K) was een gemenebest van volken: Behalve Oostenrijkers waren er Slovenen, Hongaren, Roemenen, Tsjechen, Slowaken, Polen, Roethenen en overal veel Joden. In moderne termen: ‘multicultureel’ maar met een gemeenschappelijke ‘Leitkultur’. Zolang men zich aanpaste en van de voertaal Duits bediende, kon ieder tot hoge regeringsambten opklimmen. Het was een uiterst conventionele standen- maatschappij, waarin ieder zijn plaats kende. Men hield van de ‘goede keizer Franz’ en de officieren hadden als hoogste levendoel, eens voor Keizer en Vaderland te mogen sterven.

Eind 19de eeuw waren nog twee ‘minder beschaafde gebieden’ (Bosnie-Herzegovina) toegevoegd en beleefde ‘Die Monarchie’ haar hoogtepunt. Maar ook waren er tekenen, door weinigen serieus genomen, die een komende rampspoed aankondigden. Begrippen als: minderheden, autonomie, nationalisme en zelfs socialisme werden door ‘oproerige elementen’ verspreid.

Deze roman beschrijft die periode van neergang aan de hand van de lotgevallen van een officiersfamilie. De eerste generatie was een Sloveense luitenant, die in de slag van Solferino (1859) min of meer bij toeval het leven van de jonge keizer redde. Als dank wordt hij gepromoveerd en in de adelstand verheven. Hij heet nu: von Trotta von Sipolje, naar zijn geboortedorp. Dit schept een kloof tussen hem en zijn vader, die uit een arm gezin het tot sergeant bij de gendarmerie gebracht had. Zij weten beide geen raad met hun houding. Hierna keert de Freiherr von Trotta alleen nog bij de begrafenis van zijn vader naar zijn dorp terug.

Jaren later leest hij in een schoolboekje van zijn zoon de episode waarin zijn heldendaad en de rol van de keizer tot in het absurde worden opgehemeld. Verontwaardigd schrijft hij een protestbrief aan het ministerie. Dat antwoordt in kostelijke ambtelijke taal (je moet dat in het Duits lezen) waarom het nodig is om de jeugd op die manier vaderlandsliefde bij te brengen. Hoewel hij er na een audiëntie in slaagt, de tekst te veranderen is zijn waarheidsliefde zo geschokt, dat hij ontslag neemt uit de dienst en beschikt, dat zijn zoon geen militair mag worden. Deze brengt het, ondanks beperkte gaven snel tot Bezirkshaupmann. Maar het hart van deze oprechte maar starre man is bij het leger, dus moet zijn zoon Carl officier bij de huzaren worden. Over hem gaat het grootste deel van de roman.

Het officiers-leven in het Moravische stadje waar zijn regiment gelegerd is, is uitermate eentonig. Spelletjes kaart en domino, zo nu en dan een gezamenlijk bezoek aan het plaatselijk bordeel zijn de enige afleiding. In stilte benijdt Carl soms de soldaten, die in de kazerne begeleid door mondharmonica droevige liederen uit hun geboorteland zingen.
Als de (onmilitaire) Joodse regimentsarts Deman terugkeert van ziekteverlof, ontwikkeld zich een vriendschap met Carl. Die wordt echter bedreigd doordat Demans vrouw hem tracht in te palmen, waardoor kwaadaardige roddel ontstaat. Ongewild wordt Carl nu aanleiding tot een ruzie met een antisemitische officier, die de arts in een dronken bui een serie beledigingen naar het hoofd gooit. Nadat de vreedzame man hem eerst tracht te sussen, zegt hij tenslotte: ‘Meneer de ritmeester, U bent dronken en een schoft’. Deze eist daarop een duel. Dat is verboden en zijn collega’s trachten het te voorkomen, maar het nootlot is onherroepelijk: Beiden sterven bij het eerste schot.

Die tragedie is een keerpunt in het leven van Carl. Hij vraagt overplaatsing aan en komt terecht in een door moerassen omgeven stadje in Roethenië vlak bij de Russische grens. Het leven is daar nog eentoniger, en velen waaronder ook Carl zoeken troost bij een locaal drankje, dat ‘Neunzig-grädiger’ wordt genoemd. Maar dan brengt een moderne ondernemer leven in de brouwerij: Hij opent een ‘Casino’ waar mooie danseressen gewaagde liedjes zingen. Veel officieren komen in de schulden bij de plaatselijke woekeraar. De naïeve Carl stelt zich borg voor een van hen met wie hij bevriend is geraakt, maar deze pleegt zelfmoord.

Inmiddels heeft hij zelf ook schulden gemaakt door een relatie aan te knopen met een gescheiden vrouw uit Wenen. Als de woekeraar op korte termijn zijn geld opeist, dreigt een schandaal. Ten einde raad vraagt hij zijn vader om hulp. De Bezirkshauptmann heeft ook geen geld, maar weet een audiëntie bij de keizer te krijgen. De vriendelijke licht demente ‘opperste krijgsheer’ herinnert zich nauwelijks wie hij voor zich heeft, maar geeft toch opdracht‘de zaak 'naar genoegen te regelen’.
Maar reeds dient de volgende ramp zich aan: Carl krijgt opdracht een protestmars van arbeiders van de plaatselijke fabriek te verhinderen. De zaak loopt uit de hand en hij is genoodzaakt het vuur te openen, waarbij enkele doden vallen. Nu neemt hij eindelijk het besluit uit militaire dienst te treden. Zijn vader is diep geschokt, maar laat zich door een vriend overtuigen dat hij zijn zoon verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven moet laten.

Het is te laat. De oorlog breekt uit en Carl moet zijn uniform weer aantrekken. Het Oostenrijkse leger wordt teruggedreven, maar laat, tot zijn afschuw, wel vermeende verraders – vooral orthodoxe priesters- ophangen. In een poging, water voor zijn uitgeputte soldaten te halen stelt hij zich bewust aan gevaar bloot en sneuvelt. Het boek eindigt met vergeefse pogingen van de Bezirkshauptmann contact te krijgen met mensen die zijn zoon hebben gekend. Hij sterft in dezelfde week al de keizer: ‘Zij konden beiden Oostenrijk niet overleven’.

Joseph Roth beschrijft met milde ironie en opmerkelijk inlevingsvermogen de neergang van een cultuur, die voor tijdgenoten onvoorstelbaar leek. Een constant thema is, hoe het de mensen niet lukt, zich te ontworstelen uit het keurslijf van conventies, dat dieper menselijk contact in de weg staat. Maar dat niet alleen. In feite is ieder mens eenzaam, zoals in het volgende citaat: ‘Zij liepen samen de lichten van de stad tegemoet. Beiden wensten, dat de weg geen einde zou hebben. Konden zij maar heel lang zo met elkaar marcheren. Ieder wilde iets zeggen, maar beide zwegen. Een woord, ja een woord wordt gemakkelijk gesproken. Het werd niet gesproken’.
Dit is een prachtig weemoedig, ja sentimenteel boek, zoals tegenwoordig niet meer geschreven wordt. Dat de Joodse socialist Roth pessimistisch was, is niet verwonderlijk. Een bezoek aan de Sovjet Unie stelde hem hevig teleur. Hij zag de opkomst van de Nazi's. In 1939 stierf hij, 45 jaar oud, aan overmatig alcohol gebruik.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu