Onder professoren - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Onder professoren

Colums

‘Een hoogleraar is een hoge boom, die weinig wind vangt en bijna niet te vellen is;’ Aldus professor Egeydi in zijn afscheidscollege. Dat was zo vóór de oorlog en ook nog geruime tijd daarna.

Na de bevrijding was er even een ludiek intermezzo. Professoren stonden, net als ieder die hoger op de maatschappelijke lader stond, niet vooraan in het verzet tegen de bezetter. Ik kan de namen van de uitzonderingen nog opnoemen: de bekendste was Cleveringa. Welnu, in de roes van de bevrijding werden alle hoogleraren ‘gestaakt’, totdat een commissie (waarin vooral studenten zitting hadden) hen van smetten vrij had verklaard. Wij zongen een liedje: ‘Van Vuuren, van Vuuren, je bent een rotte prof’. Hij was de rector magnificus. Maar de meesten kwamen terug.

Bij sommigen had dat veel voeten in de aarde, zoals bij de beroemde psychiater professor Rümke. Nu zijn psychiaters beroepshalve toch al niet geneigd extreme standpunten in te nemen.  Maar Rümke had niet alleen een kopje koffie met Mussert gedronken, maar had meer dan nodig ‘begrip’ voor de Duitsers getoond.  Maar hij was ook een internationaal bekend deskundige en bovendien zeer ijdel. Hij schreef een woedende brief naar de minister, die als ik mij goed herinner, zijn ‘staking’ ongedaan maakte.

   Hierna ging het nog lang op de oude voet voort. De medische professoren in Utrecht lunchten eens per week samen, en daar werd alles geregeld. Zeker moest ‘vuile was’ binnenshuis worden gehouden. Hoe anders is dat anno 2010.

 Al meer dan een decennium is het aantal hoogleraren exponentieel toegenomen, Ik kan hun kwaliteit niet beoordelen, maar het idee, dat kwantiteit kwaliteit niet ten goede komt, dringt zich op. Ik herinner mij een onafzienbare reeks nieuwe leerstoelen in: ‘De vrouw en…’.  Mede onder invloed van de commercie, die graag gebruik maakt van de mogelijkheid ‘bijzondere leerstoelen’ in te stellen, kwamen toen de ‘manager professoren’. Indachtig het devies: ‘Kennis is niet nodig, het gaat om vaardigheden’ vertelde een van hen vol trots, dat hij zijn studenten vanaf het eerste jaar leerde, hoe zij een bedrijf moesten stichten.

   Onlangs informeerde ik bij het universiteitsbureau in Utrecht naar een overzicht van de leerstoelen. Zo’n lijst bleek niet te bestaan, althans niet toegankelijk voor pottenkijkers.

  Geheel in deze lijn ligt ook het voorstel (krachtig gesteund door de PvdA) om hogescholen een universiteiten gelijk te stellen. “Hogescholen’ zijn  (de technische hogeschool Delft wellicht niet) toch in de eerste plaats vakscholen.  

 Omgekeerd blijken er opeens ook theologische ‘universiteiten’ te bestaan. Met alle respect voor de godgeleerdheid (die zichzelf de graag ‘koningin der wetenschappen’ noemt), een instituut dat maar één faculteit kent, kun je toch moeilijk universeel noemen.
 Kortom, op weg naar de ‘kennismaatschappij’ is inflatie van de begrippen hoogleraar, universiteit  en wetenschap, in volle gang.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu