Martelen - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Martelen

Maatschappij

   'Martelen is een abjecte bezigheid, je kunt je niet voorstellen dat een normaal mens zoiets doet'. Helaas is deze gevoelsmatige voorstelling onjuist, en zelfs misleidend. Een blik op de geschiedenis leert, dat martelen tot voor kort in alle maatschappijen geaccepteerd was, en nu nog op veel plaatsen, al of niet verkapt, geaccepteerd wordt.  De Rooms-katholieke Kerk bediende er zich vol overtuiging van en in totalitaire staten, of die nu van linkse-, rechtse- of religieuze signatuur zijn, blijkt systematisch martelen van 'andersdenkenden' een onontkoombaar verschijnsel.                  

   Marteling is dus een wereldwijd kwaad. Even wereldwijd is de ontkenning ervan door de verantwoordelijke autoriteiten. Gezien deze tegenstelling tussen daden en woorden, was het boek van
de Franse generaal Aussaresses: 'Mon témoinage sur la torture' zonder precedent. Hij was commandant van de  'Services Spéciaux' in Algerije, die acties voerden 'die niet stroken met de gewone moraal'. Hij verdedigt de opvatting, dat foltering en extrajudiciële executies de enige manier zijn om terreur van opstandelingen te bestrijden. Van groot belang is zijn herhaalde verzekering, dat de gevoerde acties  de  stilzwijgende instemming van de boven hem geplaatste autoriteiten hadden. Dat werd hem uiteraard niet in dank afgenomen. Zijn rang en onderscheidingen werden hem ontnomen.

 Dat was in 2001.Sindsdien lijkt de wereld minder hypocriet. Israël was het eerste  'beschaafde' land, dat martelen officieel toestond. Kort daarna volgde de USA.
Daar is met de 'Patriot Act' niet alleen het klassieke mensenrecht: 'Habeas Corpus' afgeschaft, maar ook martelen toegestaan. Dit werd aanvankelijk verhuld door discussies over de definite van folteren en 'uitbesteden' van gevangenen aan landen die vanouds gespecialiseerd zijn in dat handwerk.

   Er gaan dan ook stemmen op om het negatieve imago van marteling te verbeteren. Alan Dershowitz hoogleraar aan de Harvard universiteit en 'one of the most distinguished defenders of individual rights'(!), pleit ervoor om folter wettelijk te regelen. Ambtenaren en gespecialiseerde artsen die weten hoe ver je kunt gaan moeten een 'machtiging voor folter' krijgen. Zij moeten ook psychologische ondersteuning krijgen. Zij zijn immers niet de abjecte beulen uit het verleden in dienst van tyrannen, maar als respectabele vaderlanders die U en mij beschermen tegen terreur.

  Hoewel weinigen marteling goedkeuren is er toch een onverschilligheid bij het publiek, en overheerst het gevoelen: 'nu ja, het is wel verkeerd, maar tegen heel slechte mensen mag het wel'. Dan kom je al snel tot discussies over hoe ver je mag gaan bij ‘gesprekken'.
Laten wij daarom de vermeende doelen en motieven van martelen nagaan.
   1. Het verkrijgen van een bekentenis.
Het is merkwaardig dat dit argument nog steeds veel gebruikt wordt. Zo'n bekentenis heeft toch geen enkele waarde. Vrijwel ieder kan op deze wijze tot de meest absurde bekentenissen worden gedwongen. Talloze vrouwen werden  als heks veroordeeld nadat zij  bekend hadden seksuele omgang met de duivel te hebben gehad.  Niettemin is dit motief vaak aanwezig, omdat de politie onder sterke druk staan om te ‘scoren’.

 2.Het verkrijgen van informatie om (andere) misdaden te voorkomen.
Dit is het meest gebruikte en op het eerste gezicht zinvolste argument.   Zeer suggestief is de ‘tikkende bom’, waarmee twijfelaars over de schreef worden getrokken. Het is een volmaakt onbewezen stelling dat men zo een geplande  aanslag kan voorkomen. Zo het al eens voorkomt, dan moet dat op korte termijn  lukken. Ik heb slechts één voorbeeld  gelezen: In Duitsland werd een man, van wie vaststond dat hij een kind had ontvoerd, met marteling bedreigd. Hij vertelde daarop waar het kind zich bevond: het was al dood.

Maar ook hier het morele aspect onontkoombaar. Als je een misdadiger (terrorist die misschien een aanslag zal plegen) niet thuis vindt, kun je zijn vrouw martelen, of anders  zijn zoon of zijn dochtertje. Dit zijn geen verzonnen voorbeelden!  Het noemen van 'medeplichtigen' kan ook ongewilde gevolgen hebben: de ongelukkige 'heksen' hebben heel wat anderen op de brandstapel gebracht.

 3.Genoegen en sadisme
. Dit komt ongetwijfeld voor maar is zelden het hoofdmotief. Misschien kan zoiets tot op zekere hoogte worden aangeleerd. Dat blijkt ook uit de in alle oorlogen als gewoon ervaren verkrachtingen en andere wreedheden.
De foto’s van Abu Graib wijzen wel op een sadistische component. Zij waren niet als protest bedoeld: nee, de makers waren er trots op. Dat betekent dat zij overtuigd waren dat hun superieuren die methoden goedkeurden. Dat was natuurlijk ook zo, maar het was niet de bedoeling dat zij in de publiciteit te kwamen.

 4.Wraak en angst.
Deze gevoelens spelen in bepaalde omstandigheden een invoelbare rol. Wrede mensen zijn vaak ook lafaards. Zij zijn mede oorzaak van de sterke solidariteit onder folteraars,  

 5. Intimidatie,
(contra) terreur. Dit is meestal het belangrijkste motief. Dat bleek ook uit de houding van de politie bij marteling van de Manissa-schoolkinderen in Turkije. De behoefte tot afschrikking van (potentiële) tegenstanders is vooral sterk als een regering zich niet veilig voelt.  De machthebbers geloven vaak heilig in het goede doel, dat maar niet bereikt wordt en dus nog hardere aanpak vraagt. Men begrijpt niet dat zo juist extremisten en terroristen gekweekt worden.

 Een ding hebben mijn Turkse mensenrechten vrienden steeds met nadruk gesteld: Martelen kent geen limiet. ‘Een beetje martelen’ bestaat niet!

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu