Marokko - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Marokko

Geschiedenis

De gebergten, die een groot deel van N.W Afrika bedekken worden sinds onheuglijke tijden bewoond door een groep volken, die ‘Berbers’ worden genoemd. Dit is een verbastering van het woord ‘Barbaar’, het  Griekse equivalent van ons woord ‘Allochthoon’. De Romeinen veroverden dit gebied al snel, en noemden het ‘Mauritanië’. Daar is de naam ‘Moren’ van afgeleid, uit de tijd dat zij zich intensief met zeeroverij bezighielden. ‘Moriaantje zo zwart als roet’ had wel een iets donkerder huidskleur, maar het idee komt waarschijnlijk doordat zij veel negerslaven - huursoldaten- in dienst hadden, waaruit ook nu nog de lijfwacht van de koning bestaat. Zelf noemen de Berbers zich: ‘Amazigh’, wat ‘vrije mensen’ betekent.
 In de 8 eeuw werd het gebied door de Arabieren veroverd en geïslamiseerd. Door twisten over het Khalifaat scheidden een deel van de Omajiden familie zich af van Bagdad, vluchtte naar het Westen en namen zelf ook de titel ’Khalief’ aan met zetel in Cordoba in het inmiddels veroverde Spanje. Later werd de macht overgenomen door Berber dynastieën.

 Toen de Christelijke Spanjaarden in de 15 eeuw o.l.v. Ferdinand en Isabella de moslims en de Joden uit dit gebied verdreven (‘Reconquista’) vestigden velen zich in Fes, waar vooraanstaande families hun naam: ‘al Fassi’ aan ontleenden.
 In diezelfde tijd was het Osmaanse rijk met het Christelijke Westen in conflict, en wist mede door de bekende admiraal (of  ‘zeerover’) Barbarossa, Tunesie en Algerije in zijn macht te krijgen, zij het dat deze gebieden onder leiding van ‘Bey’s in feite vrijwel autonoom waren. Het gevolg hiervan was wel, dat Marokko en Algerije, hoewel geografisch en etnisch identiek, een apart nationalisme ontwikkelden en op dit moment elkaars grootste vijanden zijn.
Marokko werd in de volgende eeuwen bestuurd door elkaar bestrijdende Sultans, die liefst hun eigen domicilie kozen, zodat er heden 4 historische ‘Koningssteden’ zijn (Fes, Meknes, Marakesch en Rabat). Daar buiten, met name in het door vrijheidslievende Berber stammen bewoonde Rif gebergte, was hun gezag zeer beperkt. Een belangrijke bron van inkomsten was de zeeroverij. Terwijl de Algerijnen de Middellandse zee onveilig maakten, hielden de Marokkanen vanuit de haven Sale (naast het tegenwoordige Rabat) zich bezig met de scheepvaart naar Indië. Het meest lucratief waren de gevangen schepelingen, want die werden vaak vrijgekocht tegen losgelden die de prijs van een gewone slaaf ver te boven gingen. Michiel de Ruyter dreef handel met hen en speelde een belangrijke rol als bemiddelaar. Van zijn avonturen zij wij dank zij de biografie van Brandt tot in detail op de hoogte.

 Algerije
werd al in 1830 door Frankrijk veroverd (wegens een klap met een vliegenmepper door de Bey van Algiers) en zo intensief gekoloniseerd, dat er tenslotte 1 miljoen Fransen woonden (‘Colons’, later ook ‘Pied-noirs’ genoemd) en het land formeel als een provincie van Frankrijk werd beschouwd.
 Marokko
daarentegen bleef lang onafhankelijk, maar viel tenslotte ten prooi aan de kolonisatiedrift van de Westerse machten. Duitsland viste  achter het net, en Frankrijk en Spanje kregen in 1912 ieder een deel toegekend als ‘protectoraat’
 De Fransen waren in hun zelfgekozen ‘mission civilatrice’ succesvoller dan de Spanjaarden, vooral dank zij generaal Lyautey. Hij was een denkend militair, die boeken schreef met voor die tijd verlichte ideeën, die hem door zijn collega’s niet steeds in dank werden afgenomen: Officieren moesten hun manschappen als mens tegemoet treden, en het leger had ook een (weder-)opbouw taak. Na de weerstand met harde hand te hebben neergeslagen, vestigde hij als gouverneur een geordend bestuur waarin het locale gezag (de Sultan) werd gehandhaafd.

De oude ommuurde stadskernen (Medina’s) liet hij ongemoeid en daarbuiten werden moderne wijken (Villes nouvelles) gebouwd.
 In 1921 kwamen de Berberstammen uit het Rif gebergte onder de charismatische leider Abd el Kerim in opstand tegen de Spanjaarden. Met 5000 man hakte hij en Spaans leger van 30.000 man in de pan. Maar hij overspeelde zijn hand toen hij ook het gezag van de Sultan aantastte. De Fransen, die eerst niet zonder leedvermaak hadden afgewacht, verbonden zich met Spanje en versloegen met behulp van mosterdgas de Berbers. De aanvoerders waren……de heren Franco en Petain.

  Tijdens de tweede wereldoorlog sloot Marokko zich al in 1942 aan bij de Vrije Fransen van de Gaulle. In tegenstelling tot de regering Petain, die de Joden aan Hitler uitleverde, werden de Joden, die altijd een belangrijke rol in Marokko speelden, beschermd. Na de oorlog ontstond ook in Marokko een onafhankelijkheids beweging, waar de Sultan steun aan gaf. Die werd verbannen naar Madagaskar, maar in 1956 gaven de Fransen toe en werd Marokko onafhankelijk. Er waren wel gevechten geweest, maar lang niet zo hevig en langdurig als in Algerije. De Sultan hield de leiding, liet zich vervolgens koning Mohammed de 5 noemen en bestuurde het land als absolute heerser..
  Onder zijn opvolger Hassan de 2 werd een grondwet per referendum goedgekeurd en een parlement gekozen, maar de koning bleek niet van zins, iets van zijn macht af te staan. Als kroonprins had hij al met succes (en napalm) een opstand van de Rif-Berbers onderdrukt. Oppositie voeren werd een riskant bedrijf, ongewenste politici verdwenen al of niet via de martelkamers of moesten uitwijken. De populaire socialist Ben Barka verdween van de aardbodem nadat hij op klaarlichte dag in Parijs door ‘politie’ was gearresteerd, juist voordat hij met De Gaulle een onderhoud zou hebben. Niet lang geleden kwamen er geruchten, dat zijn moordenaars zwavelzuur hadden gebruikt om zijn lichaam te vernietigen.

In 1971 werd een aanslag
op koning Hassan gepleegd, waar hij met grote koelbloedigheid aan wist te ontkomen. Hierna delegeerde hij alle bevoegdheden aan zijn minister van Binnenlandse Zaken generaal Oufkir, die bij de Franse koloniale troepen zijn sporen als meedogenloze vechter had verdiend. Zowel de koning als Oufkir zouden zich zo nu en dan zelf met folteren van tegenstanders hebben bezig gehouden. Een jaar later volgde echter een nieuwe aanslag. Oufkir werd er voor verantwoordelijk gehouden en pleegde zelfmoord. Hassan liet een geheim gevangeniscomplex bouwen, waar verdachte officieren, maar ook de weduwe en dochters van Oufkir zonder proces in ondergrondse betonnen cellen werden opgesloten  Velen overleefden dat niet, maar een van zijn dochters wist na jaren te ontsnappen en schreef er een bloedstollend verslag over.

Het Marokkaanse koningshuis
stamt af van de Profeet, en heeft een verheven status verworven waarbij zij ook religieus gezag kan uitoefenen, hoewel dat in de Sunnitische islam eigenlijk niet kan.  ‘God, Vaderland en Koning’ is een slogan die het, net als elders, goed doet. Dat  dit ook voordelen kan hebben, bleek toen zijn zoon in 2001 als Mohammed de 6 de troon besteeg. Hij was door zijn  vader steeds klein gehouden en bleek genoeg te hebben van diens autoritaire stijl. Hij schafte onmiddellijk de harem af en liet de slordige 80 bewoonsters vrij. Voor het eerst mocht het volk zijn vrouw (een burger-meisje en computer- deskundige) aanschouwen. Vroeger was zelfs de naam van de ‘koningin-moeder’ onbekend. Zijn eerste bezoek aan het land gold het Rif gebergte, waar zijn vader zich na zijn acties aldaar niet meer had vertoond. Maar zijn belangrijkste daad (als geestelijk leider) was wellicht het invoeren van een op ‘Westerse’ leest geschoeide familiewetgeving, waarin de vrouwen veel meer rechten kregen dan volgens de traditionele Sharia opvatting het geval was. Natuurlijk was er heftig verzet van conservatieve groepen, en zal de implicatie nog wel enige tijd vergen
 Huidige toestand.
Binnenland.
Opvallend is de wijze waarop Frankrijk in de korte tijd (44 jaar) van haar bewind een stempel op het land heeft weten te drukken. Bijna iedereen waar je in de steden mee te maken krijgt spreekt wat Frans, dat als 2 taal op de scholen wordt onderwezen. Alle opschriften zijn ook in het Frans en er verschijnen een vijftal Franstalige dagbladen. Enkele gegevens:
 Marokko is een arm land met weinig bodemschatten. De voornaamste daarvan is fosfaat.  De meeste inkomsten komen van geld dat door gastarbeiders uit Europa wordt overgemaakt. Het toerisme is ook een groeiende bron. De helft van de bevolking is in de landbouw werkzaam. In regenrijke jaren  levert die genoeg om het land te voeden, maar in droge jaren (die helaas vaak en onvoorspelbaar voorkomen) daalt de productie tot de helft. De gezondheidszorg is onvoldoende maar snel groeiend: Het aantal inwoners per arts was in 1975 12.500, in 2001 2308 (in Portugal 1250) Er is een ziekenhuisbed per 1000 inwoners (in Ierland zijn dat er 10)
  Tot voor kort lag de eigenlijke macht in handen van en netwerk van rijke families, de ‘Maghzen’ (afgeleid van ‘magazin’) genaamd. Het is mij niet bekend of de huidige ‘moderne’ koning daar verandering in kan brengen. Het feit, dat ondanks stimulerende acties slechts 50 % van de bevolking zich heeft laten registreren voor de komende verkiezingen  hangt ongetwijfeld samen met een gelijk % analfabeten.
De arbeidsomstandigheden in veel bedrijfjes die nog op middeleeuwse wijze worden gedreven zijn slecht, zoals iedere toerist kan zien. Kinderarbeid is verbreid: 11 % van de jeugd tussen 6 en 15 jaar. Vooral de kleine dienstmeisjes moeten soms tussen 14  en 18 uur per dag werken. Een gescheiden vrouw met 2 tiener dochters werd tot 1 ½ jaar veroordeeld wegens mishandeling van een 13 jarig meisje. Er komt dus meer aandacht voor deze misstanden.
 De Berbers
. Hoewel zij meer dan de helft van de bevolking uitmaken is hun identiteit steeds ontkend. In feite is er natuurlijk een sterke vermenging plaats en voelen lang niet allen nationalistisch. Toch kan men constateren dat in het binnenland bijna ieder Berbers spreekt. Er zijn echter 3 verschillende dialecten, er bestaat geen literatuur maar wel een eigen letterschrift dat nergens op lijkt. De recente pogingen om die taal een plaats te geven stuiten dus op praktische problemen. Toch is onder de nieuwe progressieve koning een begin gemaakt met Berbers onderwijs op scholen.

Buitenland.
  Na zijn onafhankelijkheid had Marokko behoefte aan een nationale identiteit. Die werd gevonden in een gemeenschappelijke vijand: Algerije. Er braken grensconflicten uit en de grens werd herhaaldelijk gesloten. Nu is de grens, die na de eerste 200 Km vanaf de Middellandse zee door de Sahara loopt, niet precies vastgesteld, maar duidelijk is dat Algerije het grootste deel heeft, dat zich rond Marokko uitstrekt tot op 180 Km van de Atlantische oceaan. Maar belangrijker is, dat het hier grensde aan een langs de oceaan gelegen stuk woestijn, bijna even groot als Marokko zelf: de Westelijke Sahara, dat aanvankelijk aan Spanje behoorde. Nadat de VN hadden besloten, dat Spanje dit dun bevolkte gebied (1,4 M inwoners) moest de-koloniseren, claimde Marokko het gebied en zette zijn eis kracht bij door een demonstratieve ‘groene mars’ over de grens. Een deel van de bevolking wilde echter onafhankelijkheid en vormde een opstandige (of zo men wil terroristische) en communistische beweging Polisario. Die werd o.m. door Algerije gesteund. De Amerikaanse politicus Baker hield zich jarenlang als voorzitter van een VN commissie met deze kwestie bezig, wat hem het verwijt bezorgde vooral Amerikaanse belangen na te streven. Marokko zou de Westelijke Sahara nu een beperkte autonomie willen geven onder Marokkaanse soevereiniteit.
 Juist tijdens ons bezoek stond een groot portret van Peter van Walsum (onze ex-ambassadeur bij de VN veiligheidsraad) in de krant. Die had als bemiddelaar in het conflict met Algerije (wat Algerije wilde is mij niet geheel duidelijk) Marokko gelijk gegeven, en enige dagen later hadden de VN dat in een resolutie ook gedaan. Polisario werd daarbij slechts terloops genoemd. Dit werd als een grote overwinning op Algerije gebracht. In feite was het een aanbeveling om het conflict door onderhandelen op te lossen. De missie van van Walsum heeft weinig of niets opgeleverd. Koning Mohammed –VI heeft het er na het veelbelovend begin wat bij laten zitten. Ontbreekt het hem aan doorzetting of zijn de conservatieve krachten te sterk?   

Evert Mees, 2009


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu