Het kielzog van de oorlog - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het kielzog van de oorlog

Boekbesprekingen

Toen de eerste wereldoorlog ruim een jaar aan de gang was, ging de 42-jarige Amerikaanse verpleegster Ellen La Motte uit idealisme in een veldhospitaal achter de Franse linies werken. Na een jaar vertrok zij, diep geschokt door haar ervaringen, die zij beschreef in een boek, getiteld: The backwash of war; the human wreckage of the battlefield'. Het werd in Europa terstond verboden, en kort daarna ook in haar vaderland, want dat was inmiddels ook aan de oorlog gaan deelnemen. Pas kort geleden werd het - helaas niet feilloos - onder bovenstaande titel in het Nederlands vertaald.

   Dat het verboden werd en nog lang onbekend bleef, is begrijpelijk: Het goed geschreven boek, dat duidelijk meer wil zijn dan een simpel verslag, is in hoge mate ontluisterend. Het bracht de woorden van een Duitse soldaat in herinnering, die kort voor het eind van
WO-2 tegen mij zei: 'Wanneer de mensen wisten, hoe hun zonen, vaders etc. sneuvelden, zou er geen oorlog meer zijn'.
 Het herinnert er aan, dat er behalve de onvoorstelbare aantallen doden, ook een veelvoud daarvan aan gewonden en verminkten waren. Het beschrijft 13 'gevallen van slachtoffers en hulpverleners', gevolgd door 2 persoonlijke belevenissen.
                                              
  Het eerste verslag zet de toon: 'Toen hij het niet meer verdragen kon, stak hij een revolver in zijn mond en vuurde af. De kogel blies zijn linker oog weg, maar hij was niet dood. Dus takelden zij hem in een ambulance en brachten hem, vloekend en tierend, naar het veldhospitaal, want hij moest zover herstellen dat hij als deserteur gefusilleerd kon worden. Tucht voor alles'.
                     
  De chirurgen deden hun best om de 'Grand Blessés' weer op te lappen, wat vaak alleen verlenging van het lijden betekende. Maar soms lukte het die ongelukkigen, zonder armen of benen, zonder ogen of gelaat, in leven te houden. een technische prestatie! Overal heerste vreselijke stank van rottend vlees en gasgangreen. Van heroïek valt niets te bespeuren, voor naastenliefde van hulpverleners is, behalve bij een enkele verpleegster, in die hel op aarde ook weinig plaats: het is 'ieder voor zich'.
      
    Soms is een priester op tijd om het Laatste Oliesel toe te dienen. Dan voegt hij er woorden aan toe, die er eigenlijk niet bij horen: 'Dieu, je vous donne ma vie librement pour la patrie'.
Het is ook erg belangrijk, dat er op grote schaal medailles en ridderordes worden uitgereikt. Het feit dat men verminkt is, is daarvoor meestal voldoende. Soms zit er een minimale uitbetaling voor de nabestaanden aan vast.

  Na haar vertrek heeft La Motte zich nog op andere terreinen van de verpleegkunde verdienstelijk gemaakt. Haar bittere, soms sarcastische commentaar zal ook vandaag nog voorstanders van militaire 'missies' afschrikken. Er moesten dan ook nog  meer oorlogen aan voorafgaan, voor dit ultieme 'anti-oorlogsboek' tot het publiek doordrong.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu