Het Indonesische drama - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het Indonesische drama

Geschiedenis
Verantwoording Evert. Ik werd met het 'Indië probleem' geconfronteerd, toen ik in de zomer 1946 als rekruut mijn militaire opleiding kreeg bij het 3-de bataljon van het 8-ste regiment infanterie in Amersfoort. Wij werden klaargestoomd voor uitzending naar 'ons Indië'. (Ik ken nog steeds een paar woorden Maleis). Een dominee kwam vertellen, dat wij daar een Gode welgevallig werk zouden verrichten.
Als een van de zeer weinigen was ik het daar helemaal niet mee eens en vond, dat de Indonesiërs, net als wij, vrij mochten zijn. Daarbij kwam, dat Engeland juist zijn koloniën aan het loslaten was. Ik mocht echter als medisch student met groot verlof om mijn studie voort te zetten, maar bleef de gebeurtenissen met extra aandacht volgen. . Er waren al spoedig geruchten over platbranden van dessa's en andere wreedheden. Er was zelfs protest van enkele officieren. 'Schande! schreef het rechtse weekblad Elzevier. 'Neem een voorbeeld aan de Fransen in Algerije en sleep hen die ons heldhaftige leger belasteren voor de krijgsraad'. (zie mijn web-site 'Algerije').
Als ik de kans kreeg, vroeg ik teruggekeerde Indie-gangers er naar. Zij gaven zonder uitzondering toe, dat martelen en doden van gevangen tegenstanders gewoon was. In 1951 was ik nog anderhalf jaar in dienst als militair arts bij een 'verkenningsquadron' van de Luchtmacht. Daarin zaten veel oudere ex-KNIL officieren, met wie ik lange gesprekken voerde. Zij vertelden gruwelijke details van de Jappen kampen en over wederzijdse wreedheden tijdens de 'politionele acties'. Een van hen zei: 'Ze hebben mijn grootmoeder in een put gegooid. Als ik zo'n plopper te pakken kreeg dan ging hij er ook aan'. Zij leken er geen ernstig trauma er van te hebben overgehouden. Maar bij de 'gewone jongens' was dat heel anders. Maar eerst: . Voorgeschiedenis. In de eerste helft van de 19-de eeuw ontstond ook in Indonesië de wens naar onafhankelijkheid, althans meer zeggingschap in eigen zaken. In Nederland heerste een strijd tussen de 'ethische' school, die de 'Inlanders' wilde 'opheffen' en meer rechten geven, en de conservatieven die daar niets van wilden weten. De eersten waren vertegenwoordigd in de 'Indologie' faculteit van Leiden. Als reactie stichtten, op ons economisch belang gerichte politici in Utrecht een eigen faculteit op, die daarom wel de 'Suikerfaculteit' werd genoemd.
In 1936 stuurde de Volksraad op initiatief van de zeer gematigde nationalist Soetardjo een 'petitie' naar de Nederlandse regering om een conferentie te beleggen teneinde op termijn 'Indie' een zelfstandige plaats binnen het Koninkrijk te geven. De regering Colijn stelde de bespreking er van lang uit, maar in 1938 werd het verzoek afgewezen met het argument, dat Indië geen kolonie, maar een 'Overzees gebiedsdeel' was. Deze botte afwijzing leidde er natuurlijk toe dat meer radicale nationalisten de overhand kregen. Al spoedig profileerde de ingenieur Soekarno zich als leider. Hij werd wegens zijn acties enkele malen veroordeeld, laatstelijk naar het concentratiekamp 'Boven Digoel', 400 Km van de kust op Nieuw Guinea. De voorlaatste 'progressieve' gouverneur-generaal de Graeff liet hem in 1931 vrij.
De Japanners stimuleerden tijdens de bezetting de anti-Nederlandse gevoelens. Terstond na de Japanse capitulatie riep Soekarno de onafhankelijkheid uit. Tijdens het machtsvacuüm, voordat Engelse troepen landden, hielden moorddadige bendes vreselijk huis onder de Nederlanders (vooral vrouwen) uit de concentratie kampen ('Bersiap' periode) Het aantal slachtoffers (officieel 5500) wordt door velen veel hoger (>20.000)geschat.
Ik wil (en kan) hier geen overzicht geven van de ingewikkelde politieke geschiedenis die eindigde met de 'Soevereiniteit overdracht' in 1949. Laat ik volstaan met de opmerking, dat vrijwel het hele Nederlandse volk 'Ons Indië' wilde behouden. Maar ook toen was er een 'ethisch', progressief en 'economisch' conservatief kamp, wat niet betekende dat voor de eersten het economisch belang niet telde. 'Indië verloren, rampspoed geboren' was de slogan die er goed in ging. . De luitenant gouverneur generaal van Mook, was 'progressief' en ethisch. Hij pleitte voor betere omstandigheden van de Javaanse bevolking en van de toestand van politieke gevangenen. Ik heb hem eens horen spreken en was onder de indruk. Hij stelde een Indonesische 'federatie' voor, uiteraard onder Nederlands gezag. De conservatieve Indologie studenten haatten hem, en zongen een liedje: 'Wat doen we met die Indo (!) van van Mook? We slaan hem op zijn mieter met een pook'. Hij had nl 'Indisch bloed'. Omdat hij in het begin een bespreking had gehad met de regering Soekarno, wilde onze regering hem ontslaan, maar koningin Wilhelmina verhinderde dat. Hij is een miskende, tragische man in onze geschiedenis.
Om 'rust en orde te herstellen' zond Nederland vanaf Maart 1946 een leger van 120.000 man (grotendeels dienstplichtigen) naar Indië. Zij voerden daar in feite een koloniale oorlog, die met de vergoelijkende naam: 'Politionele acties' (P.A.) werd aangeduid. Formeel slaat die term op twee militaire offensieven, die beide aanvankelijk slaagden maar onder internationale druk snel werden afgebroken. . De eerste P.A. begon op 21 Juli 1947 en werd na 2 weken onder internationale druk beëindigd. Zij had ten doel economische belangen (suikerfabrieken op Java en rubber ondernemingen op Sumatra) zeker te stellen. . De tweede P.A. werd in December 1948 gestart om de Indonesische regering gevangen te nemen. Ook dat lukte maar werd een maand later onder druk van de VN gestopt.
Van medio 1946 tot Augustus 1949 woedde er echter een guerrilla met alle daarmee gepaard gaande wreedheden. Aangezien de tegenstanders vaak niet geüniformeerd waren, werden zij niet als militairen maar als terroristen beschouwd. Plopper of pelopper was de benaming(later scheldwoord) van deze 'vrijheidstrijders'. Zij waren meestal enorm wreed. Naarmate de Nederlandse 'contraterreur' toenam, kregen zij steeds meer steun van de bevolking. Later kreeg het 'officiële' Indonesische leger, de TNI, (waarin veel voormalige KNIL officieren) de overhand. . Vrijwel alle 'veteranen' die ik later ontmoette waren voor het leven getekend en wilden er vaak niet over spreken.
Nooit is door een Nederlandse regering een onderzoek naar deze cruciale periode opgezet, zoals de parlementaire enquête naar de regerings verantwoordelijkheid in de Tweede Wereldoorlog. Door dit ontbreken van enige geschiedschrijving heeft men effectief voorkomen dat er nog acteurs in leven zijn die belangrijke bijdragen zouden kunnen leveren.
.. Hoe verging het 'mijn' bataljon? Hierover vond ik een verslag* van een vroegere commandant, waaraan ik het volgende ontleen: . 'Zij waren ruim 3 jaar van huis. In Indië werden zij, 'ondanks de korte opleiding en lichte bewapening' , ingezet als gewone infanterie eenheden. Tijdens de eerste Politionele Actie nam het deel aan de opmars naar Soreang in een slecht te bevoorraden gebied. Tijdens een 'rampzalige actie' sneuvelden 5 mannen. . Later werd het aan de Zuidkust gelegerd en kreeg behalve met de TNI te maken met fanatieke strijdgroepen van Daroel Islam. 'Dit alles vergde zeer veel van de manschappen'. Zij namen ook deel aan een 'vierdaagse zuivering' bij Sumedang. De laatste maande voor repatriëring had het alleen bewaking taken'. * Neppelenbroek: Slavenwerk. Een openhartig relaas van een Indië compagnie). Tussen de regels voel je dat het een drama was. Maar overduidelijk is het schokkende verslag van het onlangs verschenen:
'Op klompen door de dessa' van Hylke Speerstra. Hij was nog net op tijd. Het bestaat uit interviews met de laatste nog levende (Friese) mannen, die in hun jeugd als dienstplichtige of oorlogsvrijwilliger de oorlog in 'Ons Indië' hadden meegemaakt. Het is een belangrijk en schokkend boek. Helaas is de journalistieke stijl wat chaotisch, met flashbacks en wisselende gesprekspartners. Soms gaan ze ook over verzetswerk en Japanse kampen. Hieronder vat ik alleen de belangrijkste 'Indië feiten' samen:
Vrijwel alle 17 geïnterviewden kwamen terug als een ander, getraumatiseerd mens. Vaak konden zij zelfs met hun echtgenotes niet over het meegemaakte praten. Hun omgeving snapte er niets van: 'Hij moet een schop onder zijn kont hebben en aan het werk' was de reactie. De interviews hadden daarom soms ook een heilzame werking. . Belangrijke thema's waren: - Doodsangst, vooral bij nachtelijke wacht met gevaar ontvoerd en doodgemarteld te worden, - schuld gevoelens over doden en moorden die zij moesten begaan, - woede en wraakgevoelens over wreedheden van de tegenstanders, - 'sexuele nood' bij 'aanbod' van mooie, geslachtzieke vrouwen - onbegrip bij dominees en pastoors (die preekten dat zij een Goddelijke opdracht hadden) en - na thuiskomst geen hulp van autoriteiten.
- Ale . Hij moest o.a. op Timor Japanse gevangenen executeren, die door een Amerikaans tribunaal waren veroordeeld. Zij hadden vaak afschuwelijke misdaden begaan. Maar toch. Hij durfde hen niet in de ogen te kijken. De officieren laadden hun geweren, waarbij enkele losse flodders, zodat je kon denken zelf niet gedood te hebben, maar achteraf controleerden zij wel of je geschoten had.
- Gerrit. Hij had geen zin om naar Indië te gaan toen hij werd opgeroepen. Zijn vader, een principieel socialist, suggereerde dienstweigering. Maar dan ging je voor 4 jaar de bak in en kreeg wellicht nooit meer een baan. Dus ging hij toch maar. 'U bent de eerste die mij vraagt wat ik in Indië allemaal heb meegemaakt' zei hij toen Speerstra hem op het eind van zijn leven interviewde.
- 'We vonden het verminkte lichaam van Cor, die we op een patrouille waren kwijtgeraakt. 'Neem voor mij een plopper mee die nog kan praten, dan krijg ik het er wel uit', zei onze luitenant voor elke patrouille. Later raakten we nog een kameraad kwijt. Kwijtraken is erger dan de dood'.
Na thuiskomst moest hij aan een medicijn, 45 jaar lang zou hij niet zonder kunnen. Hard werken, nergens tijd voor, behalve voor drank.
- Harke. 'Kom ik nu niet meer thuis?' staat boven het interview. Dat vroeg zijn boezemvriend voor hij aan verwondingen bezweek. . Harke was lid van een verzetsgroep geweest en zijn kameraden vonden ook, dat zij 'nu nog Indië moesten bevrijden'. Hem werd in de kerk en opschool altijd voorgehouden: 'God wil die arme heidense inboorlingen kerstenen en behouden, daar moeten wij bij helpen'. Hij meldde zich als oorlogsvrijwilliger en trouwde de dag voor hij naar de tropen moest, na 6 jaar (!) verloofd te zijn geweest.
Aan boord gaf een dokter voorlichting: 'Indische vrouwen hebben bijna allemaal geslachtsziekten. Als je het niet houden kunt, masturbeer dan liever'. Dat is toch niet onanie, die verschrikkelijke zonde?' Ja, dat bedoelt hij.
Op Java zag hij op een dag een colonne van het Indonesische leger die zich terugtrok. Hij overwoog een moment, niets te zeggen, want het zou een bloedbad worden. Maar er waren al een paar kameraden gesneuveld, dus zei hij het aan de commandant. Die beval een artillerie salvo. 'Dat moment zal ik nooit vergeten, het was heel akelig'. Na de vrede bezocht hij zijn oude tegenstanders, een officier had een houten been. 'Waar hebt U dat opgelopen?'vroeg hij. Ja, dat was daar geweest.
- Freark. Deze gevoelige intelligente arbeidersjongen heeft die jaren een nietsontziend eerlijk dagboek bijgehouden. Hij stierf in al in 1974. Zijn weduwe: 'Ons huwelijk was gelukkig, maar misschien heb ik wel te veel verwacht van het leven. Indië kwam er tussen, en bleef ook na terugkomst ertussen zitten'. De 30 bladzijden van zijn dagboek die Speerstra opnam, geven 'in a nutshell' een treffend beeld van onze 'politionele acties'. Enkele citaten:
- Ja, ze proberen ons er onder te houden. De Militaire Politie heeft het druk om de honderden jongens, die niet van inschepingverlof terugkwamen, te achterhalen.
- Er zijn hier jongens, die niet naar Nederland terug mogen omdat zij 'bedorven zijn voor verdere samenleving' wegens geslachtsziekte.
- Op bevel van de Veiligheidsdienst moesten wij het huis van een bendeleider afbreken. We gruwden ervan zo'n mooi huis af te breken, maar het moest wel 'om een voorbeeld te stellen'. We vonden nog een hoop zieke vrouwen en kinderen. De meeste zaten onder de schurft, enkelen met malaria. We hadden alleen wat zinkzalf en kininepillen. Daar hebben we een paar blij mee gemaakt.
- We namen de man een kort verhoor af. Bij alles zei hij: 'Weet ik niet of begrijp ik niet'. Dan sloeg Tom de man vol in het gezicht en Cor mepte er van de andere kant op los. Na een kwartier lag hij haast buiten westen maar had niets verteld. We stelden hem voor de keus: 'Praten of dood'. Hij koos het laatste. We schoten onze stenguns op hem leeg. Dat moment zal ik niet vergeten. 'Ik kan niet geloven, dat zoiets tot heil van de bevolking is. Maar toch moet het zo'.
- Ik had spijt, toen ik zag hoe de mannen die ik had meegenomen, door de Veiligheidsdienst waren toegetakeld. Ik werd uitgelachen: 'Beter 30 onschuldige zwarten dood dan een van ons'. Ik kan dat niet begrijpen.
- De veiligheid dienst stak uit wraak nog 5 huizen in brand. Het was een vreselijk en ook prachtig gezicht.
- Ze sloegen met geweren, schopten in de maag en lager, propten brandende peukjes in mond en neusgaten, mepten er op los. De kantine leek wel een slachthuis. Toch heb ik respect voor de 'garongs'. Ze gaven geen kik. Als een blanke één derde te verduren kreeg, had hij het niet overleefd.
- De kapitein gaf een flinke speech: 'Dat we er maar beter niet te zwaar aan moesten tillen'. (Ja, ja)
- Theunis. Hij ging als marinier. 'Die landmacht', moppert hij, ze waren slecht bewapend en compenseerden hun gebrek aan slagkracht door lukraak kampongs plat te branden. De bevolking kon ons bloed wel drinken!
Een onervaren luitenant ging met een kleine groep op patrouille. Ze liepen in een hinderlaag en ik viel gewond neer. De vijand kwam met messen en speren op hem af, maar toen kwam een officier die zei: ' Ik ben commandant Noorcahyo. Je bent mijn gevangene. Wees niet bang ik zal je laten leven en verzorgen'. .
Maar thuis kwam de dominee zijn ouders vertellen dat hij in handen van de vijand is gevallen en vrijwel zeker dood (gemarteld) was. Na 5 maanden werd hij uitgewisseld. Maar hij durft niet naar huis en belt op: 'Mem, ik ben het, Theunis'. 'Neee, roept zijn moeder, je bent Theunis niet, die is dood. Houdt me niet voor de gek!
Theunis trouwt en lijkt gelukkig. Maar s'nachts gaat hij vaak tekeer, schudt zijn vrouw door elkaar. Slikt lang medicijnen die niet helpen. Maar in 1988 kwam het beste medicijn: Een uitnodiging van commandant Noorcahyo. Hij bezoekt hem samen met de andere nog levende medegevangene. Die avond zegt hij tegen zijn vrouw: 'Zo kan ik toch nog in vrede thuiskomen'.
- Fokke. Dit was de enige die niet getraumatiseerd lijkt. 'Bij aankomst dacht ik dadelijk: goed dat we hier zijn' zegt hij. Rust en orde, dat hebben we getracht te brengen. Hij maakte zich kwaad om de 'laster' over het bloedbad in Ragawede, die hier verspreid werd. Generaal Spoor wilde destijds de verantwoordelijke commandant, majoor Wijnen, laten vervolgen, maar 'om een of andere reden' werd daarvan afgezien. . Fokke bezocht regelmatig het café Brouwer, en werd bevriend met Raimond Westerling. 'Dat waren geen 431 slachtoffers, hoogstens enkele tientallen' zegt Fokke emotioneel. Of hij met eigen ogen gezien heeft? Nee, dat niet, moet hij toegeven. 'Maar het bestaat gewoon niet dat die jongens zo'n grote slachting hebben aangericht. En de regering Soeharto heeft ook veel misdrijven begaan'.
- Klaas. Bij aankomst in Batavia was hij geschokt: Op elke straathoek lagen mensen dood te gaan. Meisjes van 12 jaar boden zich aan voor een paar happen voedsel. Hij moest transporten beveiligen, bij uitzondering gevechten. Er waarde een epidemie van geslachtsziekten rond. Een jongen, die bij een hoer was geweest, werd door een plopper doodgeschoten. 'Dat schrikte wel af - zolang het duurde uiteraard'.
Na thuiskomst solliciteerde hij bij burgemeester Hoving die naar een baan als chauffeur. Hoving had in de krant geschreven, 'dat er voor Indiëgangers 'altijd een baan' zou zijn'.. Maar nee: 'Jan krijgt die baan, 'want die kennen we'.
- Koos. Ging als marinier naar Indië. 'We werden er door onze kerk min of meer naar toe gepreekt'. Je deed wat je gezegd werd, maar als soldaat worden burgerwetten gewist, dan beland je in een wereld waar je niet zijn wilt. 'Ze hadden ons nooit naar Indië mogen sturen. We hadden in het begin de beste bedoelingen. maar uiteindelijk kom je in onmogelijke situaties. Weiger je een bevel, dan kun je de kogel krijgen'. . Eerst wil hij er niet over praten, maar dit wilde hij wel kwijt:
'Onze luitenant was wegens een paar gesneuvelde jongens witheet en was overtuigd, dat de daders in de nabijgelegen kampong zaten. 'Steek de hele klerezooi in de fik! En alles wat er uit komt, daar maken jullie korte metten mee. Schiet ze morsdood, anders krijgen we dat ongedierte over ons heen. Denk er om, er mag niemand ontkomen'. . En wat kwam er uit? Heel wat. 'Ik was mitrailleurschutter, dan zit je meer op afstand, je ziet gelukkig niet wie je doodschiet. Meer wil ik er niet over zeggen'. . Zijn vriend Wiebe sneuvelde door eigen vuur.
'Onze marsroute op Java was gericht op intact houden van de landbouw productie. Van suikerfabriek naar suikerfabriek, er kwamen 85 weer in Nederlandse handen. Eigenlijk wil ik het niet eens weten, ik krijg er een akelig gevoel over. Toen ik naar Indië moest, zei mijn buurvrouw: 'Het verrekt me niks, hoeveel je er doodschiet, als jij maar terug komt'.
Burgemeester Cuperus is voorzitter van 'Commité Huisvesting Gerepatrieerde Militairen'. Hij kijkt Klaas amper aan als hij vraagt of er voor hem een woning in het vooruitzicht is. 'Kansloos'! is het antwoord. 'Maar burgemeester, ik ben al zo lang kansloos geweest, ik heb een paar jaar in Indië gediend. U bent toch voorzitter van..... 'Er uit!', de burgervader is op zijn pik getrapt.
Sikke. 'Je kwam als boerenjongen thuis' zegt Speerstra. 'Wat zeg je? Ik kwam anders thuis!' In 1947 ging ik naar Indië en na 3 jaar kwam ik terug in Rotterdam. Daar ben ik voor het laatst in de houding gesprongen. Ik was terug, maar nog niet helemaal. Moest ik nu aan mijn ouders vertellen, dat ik die nacht wel weer wakker zal schrikken van het knetteren van een stengun?
De broer van zijn latere vrouw Teatske was niet uit Indië teruggekomen. Haar vader had zo zijn best gedaan hem thuis te houden. Hij had tegen de selectie officier gezegd: 'Jullie optreden in Indië staat haaks op de internationale afspraken'. Maar die had lak aan die boer uit Jonkerhuizen.
In Batavia werd Sikke verliefd op een Nederlands meisje. Maar zijn vader schreef dat hij liever had dat hij met een Fries-rooms meisje thuis kwam. Tenslotte bekende hij aan zijn ouders, dat hij op een feestje 'het gedaan had'. Zijn vader raadt hem, dat hij andere kameraden, liefst Roomse, te zoeken.
Bij terugkomst in Rotterdam stond een vrijwilliger ze op te wachten met een verrassing, betaald door de Staat der Nederlanden: een appel voor onderweg ! Sindsdien springt hij niet meer bij het Wilhelmus in de houding.
Klaas. Hij werd sergeant ziekenverpleger en moest dagelijks aanzien, hoe geslachtsziekten het karakter kregen van een tweede slagveld. Bij voorlichting films viel er wel eens een militair flauw. Daarna verscheen een aalmoezenier die zei dat onthouding het beste was. In adviezen kwam het woord 'condoom' niet voor, 'dat zou de jongens alleen maar aanmoedigen'. Er waren wel kapotjes te koop, maar die waren voor de gewone soldij onbetaalbaar. Maar het vlees, vooral kanonnenvlees, is zwak. Na 2 jaar denken ze: 'één keer neuken voor ik doodga'.
Er werden ook bij Indische meisjes kinderen verwekt: 'oorlogsliefdekinderen', waarschijnlijk enige duizenden. Jaap uit Zwolle vertelt: 'Een van de beroerdste momenten van mijn leven was toen ik op het punt stond naar Nederland terug te keren. Op de kade stond een schat van een meisje, met een kind van mij op de arm. Zij kon niet mee. In 2002 ben ik met mijn vrouw teruggegaan. De moeder was gestorven, het kind heb ik ontmoet'.
- Ids. Als jongen had hij verhalen gehoord van een dorpsgenoot, die de oorlog in Atjeh had meegemaakt en vertelde hoe de mannen van van Heutz daar hadden huisgehouden. Hij kwam uit een 'rood' nest, Domela Nieuwenhuis' portret hing in de kamer van zijn grootmoeder. . Ids was principieel dienstweigeraar. Met een aanbevelingsbrief van zijn huisarts en een vrijzinnige predikant toog de boerenjongen naar den Haag om voor een indrukwekkende commissie van juristen en officieren zijn zaak te bepleiten. Veroordeeld tot 2 jaar strafkamp. Daar werden ze afgebeuld, maar er was onder de 'gewetensbezwaarden' veel solidariteit. Ze schreven aan de politicus Henk Algra: 'Ook christenen mogen een geweten hebben'.
Jan. Hij was in 1946 als dienstplichtige opgekomen, en kreeg in Juni 'inschepingverlof', want zijn regiment zou naar Indië. Maar hij wilde niet, zag er geen heil in en trof een aantal makkers die er net zo over dachten. Bij een enquête uit die tijd blijkt dat maar 42 % het er mee eens was, dat onze soldaten naar Indië werden gezonden. Maar principiële bezwaren maken was moeilijk: je had de militaire dienst al geaccepteerd, dus zou je 'deserteur' worden. Er zou jacht op je worden gemaakt. Jan stuurde zijn plunje terug ('ik wil geen dief zijn') en 'dook onder' onder de naam Willem. Maar hij werd gesnapt.
Die Indië weigeraars waren verraders, lafaards, op zijn minst communisten. Voor hij voor de krijgsraad kwam, kreeg hij 3 maanden 'heropvoedingskamp'. Behalve extreem zware oefeningen (stormbaan onder een halve meter scherp vuur etc) praatten juristen, psychiaters, predikanten op hem in. Dreigementen dat zij wel 10 0f 20 jaar gevangenis zouden krijgen. Tenslotte werd hij tot 4 jaar veroordeeld. Ook nu nog ergert hij zich over de willekeur: jongens met een invloedrijke vader kregen de helft minder straf.
Rinze. Hij meldde zich op zijn 18de als oorlogs-vrijwilliger. Na een jaar opleiding in Schotland wordt hij tot zijn verbazing als bewaker naar het 'heropvoedingskamp' Schoonhoven gestuurd. 'Het was een dieptepunt' zegt hij, zijn tranen nauwelijks bedwingend. 'We moesten ondergedoken Indië weigeraars opsporen, en dat waren er nogal wat. In de oorlog moesten wij onderduiken om uit handen van de Duitsers te blijven. We hebben ons laten overhalen jacht te maken op jongens die niet naar Indië wilden'. Verschrikkelijk!
Arie. Bij zijn opleiding had hij geleerd om tanks te bestrijden. Maar in Batavia bleek dat de tegenstander helemaal geen tanks had. Dus kreeg hij een baan om koeien voor de keukens van het leger te organiseren.
De legervoorlichting deed enorm zijn best, zoveel mogelijk soldaten niet naar Nederland te laten terugkeren. 'Nederland is vol. Wij wijzen U op de dicht bij Java liggende immigratielanden Australie en Nieuw Zeeland'. En Arie wilde boer blijven, dus ging hij er heen. Maar onze regering hielp niet mee, hield zelfs soldij achter. In Australië was hij niet welkom, men beschouwde de Nederlanders als hebzuchtige graaiers. Maar uiteindelijk bleef hij in zijn nieuwe vaderland.
. Sjoerd moest naar Indië, maar het militaire leven beviel hem niet. Strating, een kameraad van hem, vertelde het volgende: Sjoerds' commandant Smit had hem bevolen, een kamponghuis is brand te steken. 'Sergeant majoor, dat doe ik niet! Er zitten heel misschien wel ploppers, maar ik heb zelf gezien dat er vrouwen en een grote groep kinderen in waren'. 'Dan sleep ik je voor de krijgsraad'. Smit stuurde een ander naar de kampong. 'De gevolgen zal ik je besparen'. Maar in de cel kwam een officier bij hem op bezoek. Hij hoefde niet voor de krijgsraad, als hij akkoord ging met een spreekverbod. 'Dat doe ik niet'. Sjoerd wist te veel. Er was een munitie handeltje geweest tussen Smit en enkele officieren met het Indonesische leger. Volgens de officiële lezing waren de15 dozen gestolen door Indonesiërs. Strating had Sjoerd toen hij in detentie zat opgezocht, maar mocht niet met hem praten! Later liet men Sjoerd 'ontsnappen' en hij zou als vermist worden opgegeven. Hij kreeg valse papieren en vertrok naar Australië. Daar kon hij carrière maken.
Henk. In 1960 moest de 18-jarige de moest Henk in militaire dienst. Na de eerste training wilde men hem graag bij het Korps Commandotroepen. Hij verlangde echter niet naar die door velen felbegeerde groene baret en was liever dienstbaar zonder wapens. Maar hij liet zich ompraten. . Al snel liet hij de selectie officier weten, dat het man-tot-man vechten niets voor hem was. 'Dan liever als infanterist terug naar de landmacht'. Dat was vloeken in de kerk! 'Jouw krijgen we wel klein', zei de officier en plaatste hem bij een bataljon dat klaar stond voor afreis naar Nieuw Guinea. De commando's bleven thuis. 'We waren Indië kwijt, maar we hadden Nieuw Guinea nog! Den Haag had een goed argument: 'Wij hebben de morele plicht, die Papua's zelfbeschikking geven'. Dat willen ze zelf ook graag, hoewel de meesten nooit een Nederlander gezien hadden. . De wereld dacht daar anders over: President Kennedy zette Nederland onder druk, en op 15 Augustus werd het gezag over Nieuw Guinea aan Indonesie overgedragen. Maar voor het verdrag was getekend, moesten er nog heel wat jonge mannen sneuvelen.
De ravitaillering van onze soldaten was ronduit slecht. Zij waren oppervlakkig getraind, niet gekleed voor de tropen. (A.Schelfhout komt in zijn boek: 'De zomer van 1962' tot dezelfde conclusies). Henk: Soekarno stuurde er ook onervaren, zeer jonge jongens heen. Zij werden als 'para's gedropt, zij verdronken soms in het moeras of hingen halfdood in een boom. We moesten hun wapens meenemen maar ze laten liggen. 'Dat kan ik nog altijd niet van me afzetten'. Na thuiskomst heeft Henk last van 'posttraumatisch stress syndroom'. Soms raakt hij in paniek en wil hij zijn uniform aantrekken. 'Waarom had hij dat niet ingeleverd?' vroeg zijn dochter. 'Maar liefje, dit uniform is bezoedeld met het bloed van jonge jongens'.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu