Herislamisering v.d. Turkse Republiek - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Herislamisering v.d. Turkse Republiek

Turkije > Recente geschiedenis

   With its many contradictions, Turkey is the . . homeland of the absurd.(Pope: Turkey unveiled)

Inleiding. . Atatürks politieke en sociale revolutie betekende een radicale breuk met het ‘Osmaanse’ verleden. Er moest een nieuwe ‘Turkse’ nationale identiteit worden opgebouwd, want het woord ‘Turk’ had voor de Osmaanse elite een negatieve klank. ‘Hoe gelukkig is hij, die kan zeggen; ‘Ik ben Turk’, werd de slagzin. Alles van vóór die tijd, cultuur en godsdienst, werd door zijn volgelingen stilzwijgend als achterlijk beschouwd. Maar de intellectuele elite die het land bestuurde was slechts een kleine minderheid. Zijn volgelingem hielden vast aan zijn gedachtegoed, het 'Kemalisme'. Maar de grote massa wist niet wat ze was overkomen..
Drie principes drukten hun stempel op de politiek (1) van de jonge republiek: ‘Ondeelbaarheid’ van het land (geen minderheden (2), Secularisme (3) (tegen islam) en de positie van het leger (4) (om beide voorgaande te verzekeren). Maar vanaf het begin was er een reactie en sluipende tendens tot terugkeer naar de religie in het maatschappelijk leven. De heersende elite wilde dat niet inzien, wat vaak tot een politieke spagaat leidde. . In het ‘democratische’ Turkije dat Atatürk naliet, bestond slechts één politieke partij, de door hem zelf opgerichte Republikeinse Volks Partij (CHP). Die werd geleid door zijn naaste medewerker Ismet Inönü, een starre man die Turkije wel veilig door de 2de wereldoorlog loodste. Maar toen was het idealistische vuur van de CHP uitgeblust.
Democratie . In 1946 werd een oppositiepartij, de ‘Democratische Partij (DP) opgericht, die de regering een verpletterende nederlaag toebracht. Zij werd geleid door de grootgrondbezitter Adnan Menderes, en speelde sterk in op de religieuze gevoelens. Onder invloed van de angst voor het communisme brak hij met Atatürks ‘isolationistische’ buitenlandse politiek. Turkije werd lid van de NATO en leverde een groot contingent troepen voor de oorlog tegen N.Korea. Tevens accepteerde het de Wereldbank en het IMF.
Maar Menderes liet zich persoonsverheerlijking aanleunen en muilkorfde de oppositie. In 1960 nam het leger de macht over. Tegen leidende politici werden processen aangespannen en Menderes werd met 2 ministers opgehangen(!). De coup was het werk van jonge, radicale officieren Zij stelden een nieuwe grondwet op, de meest ‘links-liberale’ die het land gehad heeft. Een jaar later gaf het leger de macht weer terug aan ‘de politiek’ (er zouden nog meer ‘coups’ volgen). Maar dit was slechts een korte onderbreking van de geleidelijke afbraak van het radicale ‘Kemalisme’.
Turkije bleef gedomineerd door twee centrum-rechtse partijen onder leiding van de leiders Demirel en Özal, die de taal ven het volk spraken. Korte tijd was de socialist Ecevit premier, die met een ‘reddingsoperatie’ een eind maakte aan de ‘etnische zuivering’ van Turkse Cyprioten door de Griekse kolonels. (zie: Geschiedenis van Cyprus). Maar hij moest wel een ‘monsterverbond’ aangaan met de 'moslimpartij' Selamet.
De opkomst van -soms radicaal- linkse partijen stimuleerde de leidende elite steeds meer in religieuze, conservatieve richting. Eind 70er jaren trachtten extremistische linkse en rechtse groepen met geweld ‘de straat’ te veroveren. De laatsten (Grijze wolven) hadden de overhand: In 1977 werden 39 deelnemers aan een 1-Mei-betoging in Istanbul door onbekende schutters gedood. In Marash werden 100 ‘linkse’ Aleviten gelyncht.


De coup van Evren.
Op 12 September 1980 greep een 'Junta' onder leiding van generaal Evren opnieuw de macht. Die was nog rampzaliger dan die van 1960. Ruim een half miljoen (!) mensen werden gearresteerd en de meesten systematisch gemarteld. Er overleden 299 in detentie (doodgemarteld). De acties waren vooral gericht tegen alles wat naar ‘links’ zweemde. Universiteiten werden ‘gezuiverd’ en honderden docenten ontslagen. In showprocessen werden 3600 doodvonnissen geveld, maar slechts 15 werden uitgevoerd, Evren gemotiveerde het vonnis van een 17- jarige jongen met: ‘moet hij hangen of moeten wij hem voeden?’
De Turks-islamitische synthese werd bedacht. Die moest een panacee zijn tegen het communisme en 'links' enerzijds en het Koerdische onafhankelijkheid streven anderzijds. Islam werd een deel van de Turkse identiteit, militaire dienst een godsdienstige plicht. Op scholen werd Sunni-islamitisch godsdienst onderwijs verplicht. Een‘rechtse’ grondwet werd ingevoerd met ‘Veiligheidsgerechtshoven’ (DGM) die bekentenissen onder marteling accepteerden.
Tenslotte stond Evren verkiezingen toe. Maar niet de door hem opgerichte partij won, maar de nieuwe centrumrechtse Moederland- partij: ANAP. Het volk had schoon genoeg van de militaire dictatuur. De premier, Turgut Özal, bleek een onverschrokken man en zette het leger regelmatig de voet dwars. In korte tijd hervormde hij de topzware bureaucratie en liberaliseerde de in- en export. De economie bloeide op, maar ook de corruptie, die vlg Özal ‘de olie is om de economie te smeren’. Volgens zijn bewonderaars heeft hij ‘Turkije op de wereldkaart gezet’. Özal was lid van de religieuze Naksibendi broederschap en bevorderde Islamitische instituten.
Tijdens het kabinet van mevrouw Ciller (een bewonderaar van Thatcher) escaleerde het Koerdische probleem (zie ‘De Koerden). De kleine ‘pro-Koerdische’ partij werd verboden en haar parlementariërs tot lange gevangenisstraf veroordeeld. Schandalen werden in de doofpot gestopt en tegen Koerden werden contraguerrilla's ingezet. Van de duizenden (!) 'moorden met onbekende dader' is nooit één opgelost! Maar de corruptie en verloedering maakte, dat veel kiezers op de inmiddels onder de naam ‘Refah’ (‘Voorspoed’) heropgerichte ‘islamitische’ partij van Erbakan stemden. Met een sociaal programma (‘Rechtvaardige orde’) sprak zij de massa's aan. Zij werd met 21% de grootste partij en veroverde burgemeester plaatsen in Istanbul en Ankara. Toen Ciller (tegen haar verkiezingsbelofte) een coalitie met hem aanging, trachtte het leger nog met een 'coup per memorandum' het tij te keren. Maar tevergeefs:

'Fundamentalisten' aan de macht?
Bij de verkiezingen in 2002 kreeg de nieuwe moslim partij AKP (Gerechtigheid en Ontwikkeling) 34% van de stemmen, maar dank zij de hoge (10%) kiesdrempel een absolute meerderheid in het parlement. De AKP had zich onder leiding van de charismatische ex-burgemeester van Istanbul Erdoğan van Erbakan afgescheiden, maar bouwde voort op het door de Refah gelegde fundament. . Hoe is dat voor velen totaal onverwachte succes te verklaren?
Er had een ingrijpende sociologische verandering plaatsgevonden (5). Uit het verarmde en door guerrilla geteisterde binnenland waren velen naar de steden geëmigreerd, waardoor hun bevolking in korte tijd was verdubbeld.. Die voelden zich daar volkomen ontheemd. De linkse organisaties en partijen die zich tevoren hadden ingezet voor de opvang en steun aan de arme massa's waren door de militaire coup uitgeroeid. De nieuwe centrumlinkse partijen steunden alleen op intellectuelen. . De Refah sprong in dat vacuüm. Zij was de enige partij die zich over de verarmde massa's bekommerde en ontwikkelde een retoriek die hun sociale problemen aansprak. Ook aan de gelovige 'hardwerkende kleine luiden' die door het 'Kemalisme' waren gemarginaliseerd, verschafte zij een nieuwe identiteit zodat zij aan de maatschappij konden deelnemen. Cruciaal voor haar succes was een goed georganiseerde 'grassroots' organisatie, waarin met name vrouwen actief waren. Die vormden locale netwerken die bestonden uit actieve leden van de gemeenschap. Zij bezochten bruiloften en begrafenissen en luisterden naar hun problemen, niet alleen tijdens verkiezing campagnes.
Die AKP vormde een meerderheid regering met Erdogan als premier. Hij zei geen Islamitische staat na te streven maar politiek te bedrijven vanuit het Moslim geloof, 'net als de Christen -democraten in Europa'. De AKP slaagde er in om enerzijds met een anti- kapitalistische retoriek de linkse partijen de wind uit de zeilen te nemen en tegelijk economisch een neo-liberale koers te varen. Conform de mondiale tendens werd privatisering met kracht voortgezet. De nieuwe bewindvoerders grepen de kans om hun zakken te vullen en bleken nog corrupter dan hun voorgangers. Weliswaar werd een vorm van sociale verzekering ingevoerd, maar dit was meer een 'grootschalige armenzorg', gericht op politiek gewin van eigen partij en geen modern sociaal systeem. Niettemin had zij aanvankelijk groot succes:
Er kwam een eind aan de inflatie en de welvaart steeg spectaculair. De gezondheidszorg werd verbeterd. De AKP deed meer voor toetreding tot de EU dan enige vorige regering. De wetgeving werd herzien, de DGM rechtbanken opgeheven. De regering zorgde er voor, dat N.Cyprus het Annan plan accepteerde en verbeterde relaties met de buurlanden.
Nadat in 2008 een laatste poging van het leger om de AKP leiders te veroordelen had gefaald, werd Erdogans partijgenoot Gül werd tot president gekozen, ondanks protest van het leger: ‘onmogelijk, een first lady met hoofddoek’. Nu voelde zij zich sterk genoeg, de macht van het leger te breken. Als breekijzer werd een monsterachtig complot, ‘Ergenekon’ bedacht. Dit zou voor zowat alle misdaden (en dat zijn er heel wat) van de laatste 20 jaar verantwoordelijk zijn. Maar tegelijk werden ook journalisten, zakenlieden en politici gearresteerd op absurde beschuldigingen en jarenlang zonder proces vastgehouden. De meesten waaronder een aantal generaals en admiraals werden tot levenslang veroordeeld, met gemanipuleerde bewijzen en ‘schuld door associatie’.
Bij de volgende verkiezingen kreeg de AKP 47% stemmen en werden de twee centrumrechtse partijen weggevaagd. Maar kort hierna deed zich een voor buitenstaanders onbegrijpelijke ontwikkeling voor: Veel functionarissen van politie en justitie waren volgelingen van een de in Amerika verblijvende, streng religieuze, maar vreedzame (?) prediker Fethullah Gülen (6). Hoewel zij ‘theologisch’ identiek zijn met Erdogan, beschouwt hij ze als bedreiging voor zijn macht. Toen diezelfde aanklagers van 'Ergenekon' een onderzoek startten naar corruptie onder de AKP (waaronder enkele ministers en zoon van Erdogan) werden zij de volgende dag ontslagen en een grote zuivering operatie gestart. Er werd een heksenjacht gestart.op wat een ‘parallelle staat’ wordt genoemd. Ironisch genoeg krijgen zij nu dezelfde absurde beschuldigingen (terroristen, buitenlands complot) die zij zelf in het ‘Ergenekon’ proces hadden gebruikt. Daar de macht van het leger toch was gebroken, werden de generaals in vrijheid gesteld.
Een van de goede dingen van deze regering was een serieuze poging, het ‘Koerdische probleem’ op te lossen. De uitzonderings toestand werd opgeheven, gevangen politici vrijgelaten en de Koerdische taal officieel toegestaan. Door met de gevangen leider Öcelan en Koerdische leiders te onderhandelen kwam een akkoord tot stand. Sinds Nov 2012 zijn er geen gevechten meer zijn geweest en in Mei 2013 begon de opstandige PKK zich uit de bergen terug te trekken. Maar de door de regering beloofde hervormingen bleven uit en Erdoğan bleef ze ‘terroristen’ noemen, zodat er stagnatie optrad. De 'Koerdische' kandidaat Demirtaş van een meer algemeen Turkse, socialistische partij (DHP) kreeg bijna 10% van de stemmen bij de presidentschap verkiezingen!
Het Nieuwe Turkije . Inmiddels heeft de AKP een 'Het Nieuwe Turkije' aangekondigd, en wil 'de schade van de afgelopen 90 jaar' (zolang de republiek Turkije bestaat!) ongedaan maken. .Erdogan wakkert de polarisatie in het land bewust aan, gedraagt hij zich dictatoriaal en megalomaan en doet de meest absurde uitspraken. Vreedzame protesten worden (naar oud gebruik) met niets ontziend geweld neergeslagen. Maar dat lijkt het gewone volk, dat hij naar de mond praat, niet te deren. . Toch zijn niet alleen de intellectuelen (artsen, advocaten) verontrust. Ook binnen de AKP heerst onvrede, zoals bij de ex-president Gül. (Op moment van schrijven is er een openlijke escalatie aan de gang). Zij stemmen niet in met Erdogans ondemocratische dictatorschap. Ook zijn sommigen niet blij met zijn 'neokapitalistische' koers waar van de 'rechtvaardige orde' weinig over bleef. Er is ongetwijfeld een grote kloof tussen de 'oude' AKP en de groep jonge opportunisten die Erdogan om zich verzameld heeft. Maar zolang het economisch goed gaat zal het hem niet deren.
Het is duidelijk dat Erdogan, die inmiddels president na de republiek is, het land wil 'islamiseren' met de Sunni islam als dominante ideologie. Dit is al gebeurd in het onderwijs, waar religieuze indoctrinatie in plaats is gekomen van lessen in democratie en mensenrechten. Daarbij zijn belangrijke grondslagen van de Rechtsstaat afgeschaft: geen onafhankelijke rechters, geen persvrijheid, demonstratie verboden enz. Er is veel 'zelfcensuur' door succesvolle intimidatie. Maar dat Turkije een totale politiestaat zal worden lijkt de meeste waarnemers, gezien de langdurige ontwikkeling en 'Westerse ' oriëntatie, onwaarschijnlijk.
Buitenlandse politiek. Ook op dit gebied voert Erdogan een nieuwe koers: Hij profileert zich als leider van Sunni moslim landen, steunde de Moslim Broeders in Egypte verbaal en kritiseerde het regiem van Sisi in Egypte en Assad in Syrië uiterst fel. Maar de plotselinge opkomst van de IS heeft ook Turkije verrast. Erdoğan heeft de afgelopen jaren 'fundamentalistische groepen in Syrië gesteund, en voert nu een zig-zag koers.
Kortom, de Turkse politiek zal in de toekomst veel onverwachte wendingen te zien geven, zodat het volgen ervan de meer dan ooit zal lijken op een spannende avonturenfilm film. Maar wat tot voor kort onmogelijk leek, is zeker: Atatürks erfenis is definitief afgeschaft.
1) Politiek ' a la Turka'. De termen ‘links’ en ‘rechts’ hebben soms verschillende betekenis. Links is doorgaans vóór mensenrechten, tegen politieke islam en soms, maar vaak niet voor de Koerden. Belangrijker is het begrip ‘Atatürkcü’: nationalistisch en gericht op behoud van de seculiere staat.
Turkije was formeel een rechtsstaat maar de rechterlijke macht kon gemakkelijk worden gemanipuleerd. Een Westers diplomaat : ‘Ik heb nog nooit in een land gewerkt waar de structuur zo gecompliceerd en de ‘lines of command’ zo onduidelijk zijn’.
2) Minderheden De Turkse opvatting over minderheden wordt bepaald door het verdrag van Lausanne (1923) Daar werden alleen drie groepen genoemd, die in het Osmaanse rijk op grond van hun geloof een speciale positie hadden: de Armeniërs, de Grieks Orthodoxen en de Joden. Met de eerste twee waren de voorafgaande jaren dramatische conflicten geweest, en zo werd het begrip ‘minderheid’ van meet af aan geassocieerd met 'niet tot de echte Turken behorende' groepen. De EU gebruikt een heel ander minderheden begrip waar ook (juist) de Koerden en Aleviten bij horen.

3) Seculier is een belangrijk begrip, waarvoor het Franse (leen)woord ‘layik’ wordt gebruikt. Het is meer dan ‘scheiding van religie en staat’, want sinds Atatürk controleert de staat de godsdienst, en wel via het ‘Diyanet’, een soort superministerie dat de meeste moskeeën bezit, de voorgangers (hoca’s) in dienst heeft en voorschrijft wat zij moeten verkondigen. Maar de grote groep (10-15 miljoen) zeer 'vrijzinnige' Aleviten zijn er niet in vertegenwoordigd.
4) Het Turkse leger (TSK) is een perfecte vechtmachine die over eigen inlichtingendienst en kapitaal ( OYAK, een holding van bedrijven) beschikt. Behalve kazernes bezit zij wooncomplexen, vakantie verblijven enz. Het was een staat in de staat, een elitecorps dat in binnen en buitenland hoog aanzien geniet. De beroeps officieren worden met zorg geselecteerd, krijgen op aparte scholen hoogwaardig onderwijs : goede manieren, vreemde talen, psychologie enz. Elk jaar werden cadetten met ‘opruiende ideeën’ ontslagen. Vroeger was dat ‘te links’, later ‘te streng Moslim’. Er heerste een absolute solidariteit zodat interne meningsverschillen niet naar buiten kwamen. Het leger was niet aan het parlement ondergeschikt, maar ‘adviseerde’ de regering. Dit is inmiddels volkomen veranderd
5) Fethullah Gülen. 'Fundamentalistisch' maar vreedzame islamitisch prediker, vertoeft 'om gezondheid redenen' in de USA waar hij door de CIA gesteund wordt als vertegenwoordiger van 'gematigde islam'(?). Heeft een geweldig internationaal netwerk, dat honderden scholen ook buiten Turkije onderhoudt
6) Kayhan Delibaş :The Rise of Political Islam in Turkey: Urban Poverty, Grassroots Activism and Islamic Fundamentalism.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu