Goedaaardig monster Brussel - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Goedaaardig monster Brussel

Maatschappij

   Sanftes Monster Brüssel.
  In dit boekje, dat als ondertitel: 'De ontmondiging van Europa'
heeft, geeft de Duitse dichter-schrijver Hans Magnus Enzensberger een kijkje achter de schermen van de Europese Unie (EU)- bureaucratie. Om te genieten van de ironie (waartoe de Duitse taal zich goed leent) en eruditie van de schrijver, moet men de oorspronkelijke tekst lezen, maar gezien het belang van de zaak wil ik een korte samenvatting van zijn  belangrijkste conclusies geven.
Enzensberger
 begint met enkele evidente voordelen van de EU op te sommen: Al 46 jaar geen oorlog in Europa, vrij reizen en handel drijven tussen de landen (wie herinnert zich nog de chicanes van vroeger?). Ook zijn onze Brusselse beschermers vaak flink opgetreden tegen kartels, monopolies en protectionisme. We zijn welvarend en landen staan te trappelen om erbij te mogen.

 Maar toch......, minder dan de helft van de burgers beziet lidmaatschap van hun land positief. Politici verwijten hen dan ook gebrek aan belangstelling, zij kennen niet eens de namen van de talloze presidenten, vice-presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders. Dus geeft de schrijver informatie:
Het is bij de EU een van weinig historisch gevoel getuigende gewoonte, om te spreken van commissarissen
. Die had je ook in de Sovjet Unie en andere dictaturen. Maar goed, je hebt een president van de Europese Raad, die je absoluut niet mag verwarren met de president van de Raad van de Europese Unie. Die laatste wordt voor een half jaar benoemd, maar hij kan niet alle vergaderingen van de 10 formaties, waarvan hij formeel voorzitter is, bijwonen. Wat zijn dat voor formaties? Daarvoor bestaan 10 afkortingen in het Duits, maar de Fransen gebruiken andere afkortingen. Met de coördinatie is de Raad voor Algemene Zaken belast, waarin de buitenlandse ministeries van de deelnemers vertegenwoordigd zijn, benevens als voorzitter de Hoge Vertegenwoordiger voor Veiligheidspolitiek, die echter geen stemrecht heeft. En dan is er de Europese Commissie met 27 commissarissen, wiens voorzitter ook de 7 vice-presidenten benoemt. Hij heeft natuurlijk een Generaal-secretariaat, dat beschikt over talloze 'Generaaldirecties' (groot aantal afkortingen), die elk weer een aantal Directoraten (anders had je geen Generaal-directeur) onder zich heeft. Maar het meeste werk wordt verzet door het middenkader, dat gekenmerkt wordt door een sterk missionair bewustzijn. Het behoort tot de 'Esprit de Corps', internationaal en onafhankelijk te zijn. Deze distantie brengt wel een isolatie en zelf-referentie met zich mee, die het hen moeilijk maakt, buitenstaanders van hun gelijk te overtuigen.

E. gaat vrij uitgebreid op in de ontstaans-geschiedenis van de EU. Monnet
had een afkeer van een groot administratief apparaat en gaf de voorkeur aan consensus door een kleine elite. Het begon met kolen en staal, maar bij zijn afscheid noemde hij het uiteindelijke doel: Verenigde staten van Europa. Tenslotte bleef het toch een economische gemeenschap. Verschillen in mentaliteit, traditie en grondwetten van deelnemende landen worden als hinderlijke obstakels gezien, vooral omdat de veelkleurige culturen van dit werelddeel zich hardnekkig tegen gelijkschakeling verzetten.

Maar de ironie wil, dat juist op het gebied van economie de gevaarlijkste scheuren in het gebouw zichtbaar worden. Athene heeft het statistische bureau Eurostat jarenlang bij de neus kunnen nemen. Het z.g. Stabiliteitspact schrijft maxima aan staatsschuld en jaarlijks tekorten voor. Behalve Luxemburg, heeft geen van de 16 landen zich er om bekommerd. Sterker nog: België en Italië werden toegelaten terwijl hun schulden ver boven de vereisten lagen!
Het grootste lachertje is artikel 125: 'Een lidstaat is niet aansprakelijk voor verplichtingen van een andere lidstaat en staat daar niet voor in, hetzelfde geldt voor de Unie als geheel'. Maar de raad kan op verzoek van de Commissie daarvan afwijken bij buitengewone omstandigheden zoals natuurrampen. Deze nooduitgang gaf de Raad de kans, het hele verdrag op zijn kop te zetten.

Sindsdien regent het nieuwe afkortingen, samengevat onder de term 'paraplu' (klinkt beter dan 'parachute'). Hiertoe behoort ook het 'Internationale Monetaire Fonds' dat de Unie moet beschermen tegen rampen die zij zelf veroorzaakt heeft. Het beheert ongeveer 750 miljard Euro, maar dat kan zo nodig verder worden verhoogd, zodat nu alle leden voor elke deelstaat onbegrensd aansprakelijk zijn! Omdat dit in strijd is met letter en geest van het Maastricht-verdrag, en ook moeilijk verteerbaar voor hen die betalen moeten, heeft men de Europese Centrale Bank gedwongen, staatsobligaties van de bijna failliete landen te kopen voor een prijs, die ver boven hun waarde lag.  Zo wordt haar balans opgeblazen. Maar als het uur van de waarheid komt, zullen de deelnemers kapitaal moeten ophoesten.

In de tijd van Jean Monnet maakte niemand nog onderscheid tussen 'reële en irreële' economie. Het ging om kolen en staal. Maar nu is er de  'Globaal opererende Kapitaalmarkt' die de hulpeloze politici van de EU als een troep panische kippen voor zich uit drijft. De 'financiële dienstverleners' verdienen geld met 'producten' die heel wat giftiger zijn den de schoorstenen van Ruhr, Wallonie en Saar. De geesten die de Unie heeft opgeroepen, kan zij niet meer de baas worden. Klassieke instrumenten als faillissement worden niet meer overwogen, omdat zij 'de markt verontrusten'. Een bank, die 'systeem-relevant' is, behoeft zich dus geen zorgen te maken.

Als we onze politici moeten geloven, is de enige schuld aan deze misère 'de speculatie', een moeilijk te verklaren spook. Het behoort immers tot de grondslagen van het kapitalisme. Dus grijpt de Raad naar een, onder managers bekend argument: 'There is no alternative' (afgekort TINA). Terecht is in Duitsland  'alternatievlos' tot 'Unwort des Jahres 2010' gekozen. Het is een belediging van de menselijke geest, geen argument, maar een capitulatie. Kort samengevat: Socialisering van verliezen, privatisering van winsten.

E. haalt met instemming Robert Manasse aan, die zegt dat de Brusselse bureaucratie berust op  het 19de eeuwse begrip democratie, dat echter niet geschikt is voor moderne supranationale problemen. De huidige machthebbers erkennen wel een 'democratisch deficit', maar bagatelliseren het als een moeilijk te behandelen kinderziekte. Vanaf het begin van de Unie heeft men de burger bewust buiten de besluitvorming gehouden. Er zijn nooit serieuze discussies geweest over de grondwet, zoals die in de 19de eeuw in naties zijn gehouden. Ook bestaat er geen goede verdeling van machten (trias politica) zoals in de klassieke rechtsstaat. De Commissie heeft praktisch het wetgevend monopolie. Achter gesloten deuren worden regels worden gemaakt, waarop de duizenden lobbyisten heel wat meer invloed hebben dan het parlement, al valt dit niet te bewijzen.  Het gebrek aan interesse baart de verantwoordelijken kennelijk geen zorgen, want voor een machtsbeluste  'executive'  is de passiviteit van de burgers een bijkans paradijselijke toestand.
Uit deze handelwijze is het 'Aquis communotaire' geboren, een monsterlijke verzameling voorschriften van tegen de 150.000 bladzijden die niemand gelezen heeft. Het gaat niet om 'wetten', maar om 'Directieven', die wel bindend zijn voor alle lidstaten. Het verdrag van Lissabon somt alle gebieden op, waar de EU zich mee dient te bemoeien: van economie tot strafrecht, van jeugdpolitiek tot veiligheid. Bovendien is er een 'Flexibiliteitsclausule' , die de Unie machtigt, haar eigen competenties nog uit te breiden. Alles moet ook in alle landen, ongeacht verschillen in klimaat e.d. hetzelfde zijn, niet alleen bouwstoffen, maar ook vorm van WC brillen en zittingen van tractoren, de afmeting van augurken en condooms. De Brusselse ambtenaren weten alles beter, daarbij gesteund door een leger van lobbyisten. Want dat we geen gloeilampen meer mogen gebruiken heeft niets met milieu, maar alles met de industriële belangen te maken.

Maar ook naar buiten blijkt  grootheidswaan van de Europese instituties. In hun ongeremde uitbreidingsdrift worden tegen de regels in landen toegelaten, die alle criteria aan hun laars lappen. Zij verklaren de tegenstand van de Europese burgers  omdat het een onwetend, maar opstandig volkje betreft dat niet weet, wat het beste voor hen is. Daarom moeten zij ook niet om hun mening worden gevraagd. Het woord  'referendum' veroorzaakt paniek. Noren, Denen, Zweden, Nederlanders, Ieren en Fransen hebben al eens 'neen' gezegd. Dat mag nooit meer voorkomen!  Dus is de volgende strategie bedacht: Wie bezwaar heeft tegen hun plannen, is 'anti-Europees', een term die McCarthy's  'on-Amerikaanse' en Russische 'anti-sovjetse''  retoriek in herinnering roept. Landen, die zich tegen ingrijpende plannen verzetten handelen 'niet in de Europese geest'.

Wat de heerschappij van de EU origineel maakt, is haar geweldloosheid.
Zij is meedogenloos mensvriendelijk. Als een goede voogd beschouwt zij ons als volstrekt onmondig en niet in staat te weten wat goed voor ons is. Anders dan totalitaire staten heerst de EU niet door bevel, maar door procedure (Verfahren).  Zij wil haar burgers niet onderdrukken, maar opvoeden. Dit is een ontwikkeling zonder precedent: Met list en geduld, maar met onbetwiste autoriteit worden mensvriendelijke doelen nagestreefd.  In de 16de eeuw vroeg de filosoof de la Boëtie zich af, waarom mensen zich laten ontmondigen en onderdrukken, en wees voor deze 'vrijwillige onderdanigheid' als belangrijkste verklaring  'gewoonte' aan. Weliswaar had hij het over meedogenloze dictaturen, maar wellicht is deze factor nog belangrijker in de 'postmoderne' politiek. Hannah Arendt voorzag reeds in 1975  'dat zich een heerschappij van bureaucratieën ontwikkelt, die niet door wetten en mensen, maar door anonieme  bureaus en computers onze vrijheid en beschaving aan banden legt, gevaarlijker dan de willekeur van vroegere tyrannen'.
Er zijn weinig aanwijzingen, dat de Europeanen zich tegen deze politieke onteigening teweer stellen. Wel is er veel ongenoegen en stille sabotage, maar geen opstand, eerder desinteresse, cynisme en verachting van de politieke klasse.
Maar Enzensberger wil eindigen met een historische ervaring: Europa heeft al veel pogingen weerstaan, ons continent te uniformeren. Allen hadden zij gemeen: de hybris (hoogmoed).  Ook deze geweldloze versie zal geen duurzaam leven zijn beschoren.
                                                                                                                                                                                              Evert Dorhout Mees, Nov 2011
                               
Naschrift 5 Dec
. Helmut Schmidt: 'Niet alleen de Europese Raad, ook de Europese commissie, de diverse ministerraden en de hele Brusselse bureaucratie hebben gemeenschappelijk het democratische principe opzijgezet. Ik heb vroeger de vergissing begaan door te denken dat het Europese parlement vanzelf gewicht zou krijgen.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu