Economie volgens Varoufakis - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Economie volgens Varoufakis

Maatschappij
     De Griekse wiskundige en econoom Varoufakis promoveerde in Engeland in de economische wetenschappen, doceerde in Engeland, Amerika en Australië en botste als minister van financiën met Dijsselbloem wegens 'verschil in chemie'. Hij schreef een boek voor zijn dochter om uit te leggen waarom er zoveel ongelijkheid in de wereld is en waarom de heersende economische orde deel van het probleem is en crises onvermijdelijk maakt.
V. baseert zijn theorie op archeologische en historische gegevens en illustreert ze met voorbeelden uit wereldliteratuur en filmwereld. Punten waar ik aan twijfel zijn met # gemarkeerd. Ik vat zijn betoog eerst zonder commentaar samen: :
Ongeveer 12000 jaar geleden begonnen mensen in het vruchtbare Mesopotamië het land te bebouwen en creëerden voor het eerst de mogelijkheid, een overschot te produceren. Tot die tijd leefde men van jacht en produceerde net genoeg voor eigen behoefte. Er was misschien wel ruilhandel en 'markt', maar geen 'markteconomie'. De noodzaak om het overschot veilig te stellen, noodzaakte tot de ontwikkeling van Schrift (om het te registreren) Schuld,,Geld, Staten, Bureaucratie enz.
Schrift. Het is geen toeval dat samenlevingen die over voldoende wilde dieren en vruchten beschikten (zoals de Aboriginals in Australië) geen behoefte hadden aan schrift maar tevreden waren met tekenen en schilderen. . Geld. De noodzaak tot registratie van overschot schiep tevens de behoefte aan een waardevast begrip: geld. Aanvankelijk waren dat fictieve munteenheden. Zij waren bedoeld om leveranties in de toekomst vast te leggen. Dat vereiste echter vertrouwen,... krediet. Dat vertrouwen kon alleen gegarandeerd worden door een collectief instituut, dat duurzamer is dan een mensenleven: de staat. . De staat. Schuld, geld , krediet en staat gaan dus hand in hand. Een staat kan niet bestaan zonder overschot: Zij heeft ambtenaren,machthebbers met een hoge levensstandaard nodig die niet 'productief' zijn. En voor een georganiseerd leger is een geweldig overschot nodig! . Geestelijkheid #. Historisch gezien verdeelden staten die in landbouwsamenlevingen ontstonden het overschot op een jammerlijk ongelijke manier. Maar als de arme massa's de handen ineen sloegen, zou het snel afgelopen zijn met de machthebbers. Zij moesten dus principes verkondigen om hen te overtuigen dat het zo moest zijn, Dat zij er recht op hadden, omdat een hogere macht het wilde. Om dat te legitimeren werd een gecompliceerde geestelijkheid met rituelen ontwikkeld. . Technologie. Hoewel de mens al eerder veel 'uitvindingen' had gedaan, gaf het landbouwoverschot de technologie een enorme impuls. . Biologische rampen #. Door het ophopen van grote hoeveelheden graan en de concentratie van mensen in dorpen en steden ontwikkelden zich bacteriën die er nog niet waren. Die werden rampzalig voor de 'natuurvolken' (Indianen, Aborigines) toen de Westerlingen er kwamen. . Waarom # bleven die volken zo achter in 'beschaving'? Er was geen noodzaak. Geografische factoren in Afrika. M.i. erg vergezocht
Waarom zo veel ongelijkheid? Macht heeft de neiging, zich steeds uit te breiden. Dus moest het overschot groeien, wat de politieke macht weer vergroot. Met andere woorden, het is veel makkelijker je bezit te vergroten als je al veel hebt dan als je arm bent. Zo ontstond dus mondiale ongelijkheid en ook ongelijkheid binnen iedere samenleving. . Ideologie. Tegelijk ontwikkelde zich een ideologie (zoals bij 'geestelijkheid' al aangeduid) om die ongelijke verdeling te legitimeren. Als je even nadenkt, kun je je niets gemakkelijker voorstellen dan de overtuiging van de rijken dat zij hun bezit 'waard zijn', en dat de 'have-nots' dat aan zichzelf te wijten hebben omdat zij dommer, luier, kortom minder waard zijn.
Ruilwaarde en belevingswaarde. In onze samenleving worden vaak alle waarden beschouwd als ruilwaarde. Hoe hoger de prijs, hoe waardevoller. Wat je niet met winst kunt verkopen, is waardeloos. Handelswaren zijn goederen die geproduceerd worden om verkocht te worden. Maar er zijn 'waarden' die zich niet voor verkoop lenen zoals: Hulp, bewezen uit vriendschap, grappen 'zomaar' verteld. Die 'belevingswaarde' kan niet verhandeld worden In landen waar vrijwillige bloed donatie werd vervangen door betaald donorschap, liep het aanbod achteruit. Dat kunnen mensen die winst behalen als het hoogste goed beschouwen niet begrijpen. Zij snappen niet, waarom belevingswaarde vaak ondergewaardeerd en ruilwaarde overgewaardeerd wordt. Waarom er mensen zijn, die iets wat zij gratis doen niet willen doen als er betaling wordt aangeboden.
Opkomst van de ruilwaarde. Binnen een gezin bestaat een 'oikonomia'. Men doet ('ruilt') dingen voor elkaar, maar het is geen markt. In de oudheid waren begrippen als 'eer' heel belangrijk. Al had Agamemnon aan Achilles een miljard aangeboden voor Briseïs, zou hij dat niet geaccepteerd hebben. Er ontwikkelde zich wel uitgebreide handel, maar dat waren samenlevingen met markten (1) en geen 'marktsamenlevingen' (2). Het succes van Spaanse, Hollandse en Engelse kooplieden in de 15-16de eeuw (1) kwam door hun maritieme overwicht#, het succes van de 'economie' in na-oorlogs Japan (2) kwam door opvoeren van de productie zonder hoge kosten.
. Marktsamenlevingen. In de Middeleeuwen waren de 3 productiefactoren: Arbeid, Productiemiddelen ('kapitaal') en Land, geen koopwaar. De horigen verkochten hun arbeid niet, de leenheer nam gewoon een groot deel van hun oogst in beslag. De productiemiddelen werden op het landgoed gemaakt, en het land werd ook niet verhandeld: je werd als bezitter geboren, of je was door geboorte veroordeeld nooit land te bezitten. Marktsamenlevingen ontstonden toen die drie componenten gecommercialiseerd werden.
Toen de internationale handel op gang kwam bleek wol grote waarde te hebben. Daarom ontsloegen de Engelse leenheren hun horigen en vervingen die door schapen. De werkloze horigen waren gedwongen hun arbeidskracht als koopwaar (loonarbeid) aan te bieden, en de landheren zagen de ruilwaarde van hun land stijgen als de wolprijs steeg. Sommige horigen pachtten land om de er op geproduceerde wol te verkopen en werden 'ondernemers'. . Zo veranderde in Engeland een samenleving met markt in een marktsamenleving.
Tot de 16de eeuw werd het lenen van geld tegen rente door de kerk, net als in de islam, als een grote zonde beschouwd. Alleen de Joodse godsdienst stond heffen van rente toe. Niet toevallig dus dat Joden banken oprichtten. De protestanten omarmden echter de rente. De volgende 100 jaar godsdienstoorlogen toonden dat deze maatschappelijke veranderingen niet gemakkelijk verliepen #. . Illustratief is het lot van Dr.Faustus: In het stuk van Christopher Marlowe wordt hij gestraft, omdat hij met een schuldbrief zijn ziel als rente aan de Duivel heeft gegeven. Dit weerspiegelt de zorgen van de mensen in zijn tijd, die ook vonden dat hij terecht gestraft werd. Maar in Goethe's tijd had de ruilwaarde gezegevierd over de belevingswaarde, en ontkomt Faust wel aan de hel.
Winst. Natuurlijk is geld altijd belangrijk geweest, maar vroeger werd het meer gezien als middel om het doel: macht, eer, te bereiken. In de feodale tijd zou een leenheer nooit zijn kasteel verkopen, hoeveel geld hij er ook voor kreeg. Dat werd beschouwd als vernederend. Maar nu is winst, geld, een doel op zich geworden.
In de feodale tijd werd eerst geproduceerd, dan gedistribueerd (c.q. door de landheer in beslag genomen) en dan gebruikt om diensten te verwerven (schuld). Nu werd die volgorde omgekeerd: Eerst werden pacht en lonen betaald, dan werd (bv wol) geoogst. Het geld dat tot winst moest leiden werd geleend (schuld). Zo werd winst tot fetish van de nieuwe ondernemers klasse. Zij werden, net als Faust, slaven van hun schuld.
De hedendaagse marktsamenleving ontstond door de commercialisering van arbeid en land. Aan het begin van alle productie kwam schuld, die op haar beurt de winst als doel op zich schiep. In de feodale tijd was de machtspositie van de rijken politiek en wettelijk veiliggesteld. Maar de moderne ondernemers hebben geen enkele waarborg tot overleven, behalve......winst maken.
De tijdgrens. Kooplieden zijn er altijd geweest, ondernemers niet. Om meer te kunnen produceren werd geld (ruilwaarde) uit de toekomst die nog niet geproduceerd was, overgebracht naar het heden. Dat gaf de marktsamenleving een enorme impuls, maar ....... daartoe was bemiddeling nodig van een bankier. En de bankiers namen de slechte rol van de woekeraar uit het feodale tijdperk over.
Wat doen bankiers? Zij zijn niet, zoals vaak gedacht wordt, bemiddelaars tussen geld-leners en mensen die geld (investering) nodig hebben. Dat was ooit zo, en is nu nog in minieme mate het geval. Maar nu ontleent de bankier niet-bestaande waarde aan de een om die aan de ander te geven. De ruilwaarde van de spaartegoeden is lang niet voldoende om de markt- samenleving te activeren. Hij ontleent waarde aan de toekomst, daarom noemt V. hem de 'diachrone bemiddelaar'.
Banken lenen geld (en vragen rente) 'uit het niets' aan ondernemers, die dat weer gebruiken om te investeren in bv machines. Maar ook 'gokkers', vastgoed handelaren lenen niet bestaand geld om gebouwen te kopen in de verwachting dat de waarde zal stijgen. De economie bloeit op en door dat optimisme wordt steeds meer niet bestaand geld geïnvesteerd, tot onvermijdelijk een moment komt dat sommigen hun schulden niet kunnen betalen, failliet gaan, werknemers ontslaan enz. Een negatieve spiraal ontstaat. . Zo creëert stabiliteit instabiliteit! Hetzelfde proces dat winst en rijkdom voortbrengt zorgt voor ontwikkeling van de krach.
De staat. Als de economie instort, kunnen ook de banken hun klanten niet meer betalen. De enige macht die de lawine kan stoppen is de staat. Maar waar haalt die plotseling zoveel geld vandaan? Zij richt een eigen bank op: de Centrale Bank, die de zakenbanken geld leent. Opnieuw geld uit het niets. Zij krijgt daartoe het monopolie om geld te drukken. Daarnaast is zij verplicht, de spaartegoeden van de burgers te garanderen om paniek te voorkomen en tevens te zorgen dat de banken niet omvallen. . De staat is onmisbaar om krach te voorkomen. Zij moet dus de banken redden, maar tevens strenge discipline opleggen om herhaling te voorkomen. Die twee doelen botsen met elkaar. De bankiers weten dat de staat ze bij tegenspoed te hulp zal komen, en zullen dus trachten de strenge regels te omzeilen. De politici moeten dat controleren, maar omdat de banken macht hebben over hun politieke bazen, komt daar meestal niet veel van terecht. Helaas redden politici de bankiers, en wel met (belasting)geld van de burgers. De warme relatie tussen politici en bankiers maakt de laatsten onvoorzichtig, en het oude liedje begint opnieuw. Zo brengt stabiliteit instabiliteit voort.
Als de economie gunstig is, zijn bankiers en ondernemers anti-staat: die zou een 'rem op de ontwikkeling' zijn. Om 2 redenen: - Omdat de staat hen beperkt om te veel private schuld aan te gaan (zonder schuld geen winst) en: - omdat zij maatschappelijke uitgaven doet (onderwijs, armoede bestrijding) waarvoor zij belasting moeten betalen. Maar bij crises verandert die houding radicaal: Nu eisen bankiers hulp, zij eisen overheidsgeld zonder zich af te vragen waar dat vandaan moet komen.
Maar in feite hebben de machtigen de staat gewoon nodig. Niet alleen om het systeem te garanderen, maar ook omdat zij staatsgeweld nodig hebben om hen te beschermen (Law and order). . Alle staten geven meer uit dan de belastingen opbrengen. Dat overheidstekort wordt gedekt door geld te lenen van de banken en de rente daarover te betalen met belastingen die de burgers opbrengen. Als de krach komt, wordt er bezuinigd op sociale uitgaven en worden nieuwe leningen gesloten. . Die samenleving wordt in stand gehouden door een aantal mythen: zoals: dat private schuld een slechte zaak is, dat banken geld uitlenen uit de spaartegoeden van burgers, dat de staat een tegenstander is van de private sector.
V. illustreert zijn betoog met voorbeelden uit de literatuur en sciencefiction films.(Frankestein, Matrix, The Blade Runner, Star Trek) Ik sla dit over.
Menselijke arbeid en Crises. Het creëren van schuld is voorwaarde voor het maken van overschotten en grote rijkdom. Daarom hebben bankiers veel reden om 'te ver te gaan'. Maar behalve hun hybris, is de tendens om het productieproces te mechaniseren een tweede reden voor crisis: Hoewel ondernemers graag zoveel mogelijk werk door robots zouden laten verrichten, zou de totale uitschakeling van menselijke arbeid vernietiging van de marktsamenleving betekenen. Immers, zonder menselijke productiefactor geen ruilwaarde.
Werkeloosheid. Een doctor in de economie die geen werk kon vinden, hoe laag hij de lat ook legde, schreef: 'Het ergste wat een mens kan overkomen is dat hij zo vertwijfeld raakt dat hij bereid is zijn ziel aan de duivel te verkopen en dat die hem ook niet wil'. Er zijn echter 'werkeloosheidsontkenners', Zij redeneren als volgt: 'Zij kunnen hun arbeid wel verhuren, maar eisen daar een te hoge prijs voor. Dat is dan hun probleem, maar ze moeten zich geen slachtoffer van de markt noemen'.
Geld . Richard Redford zat als Engels officier in een Duits krijgsgevangenen kamp en beschreef een belangwekend fenomeen: Het Rode Kruis stuurde regelmatig pakketten met o.a. koffie, thee en sigaretten. Er kwam en ruilhandel op gang waarbij 'handelaren' thee van de Fransen met winst aan de Engelsen voor koffie ruilden en omgekeerd. Die handel werd steeds ingewikkelder voor meer producten. Dat schiep de behoefte aan een geldeenheid, en dat werd natuurlijk: de sigaret. Hoewel die alleen voor rokers belevingswaarde hadden, kregen zij gelijke ruilwaarde voor iedereen. . De sigaret had drie economische eigenschappen: a) Waarde (belevings-) voor rokers. b) Transactiemiddel en maat om prijzen te vergelijken. c) Middel om 'rijkdom' te vergaren. Dat laatste (c) wijst er op, dat als een goed munteenheid wordt, het economisch systeem radicaal van karakter verandert: Bij ruilhandel is elke transactie tegelijk koop en verkoop. Maar als de sigaret munteenheid is, kan een niet-roker zijn koffie voor sigaretten verkopen en die sigaretten sparen voor toekomstige koop. Slimme geesten fungeerden als banken en leenden uit tegen rente: 'Ik geef jou nu 10 sigaretten als je mij bij de volgende zending 12 teruggeeft'. De introductie van geld in de economie schept dus geweldige kansen, maar ook gevaren. Er is nl vertrouwen nodig. . Als het Rode Kruis opeens veel sigaretten zou sturen, zouden die hun waarde verliezen (inflatie). En toen de gevangenen tijdens een nachtelijk bombardement uit angst veel hadden gerookt, schoot de prijs van de sigaret omhoog: 'Deflatie'. Toen de bevrijding naderde, stortte de ruileconomie van het kamp in en werden schulden 'kwijtgescholden'. Als de 'bankiers' verwachtten dat er meer sigaretten zouden komen, zou hun ruilwaarde zakken en de 'rente' verhoogd worden. De rentevoet hangt dus af van de verwachting van de bankiers. Tijdens een crisis ontstaat deflatie en daalt de rente tot 0, maar toch durven ondernemers niet te investeren omdat de reële kosten (deflatie) toenemen.
In Redford's kamp was geld apolitiek, omdat er geen productie was. De goederen kwamen als manna uit de hemel van het Rode Kruis. In die zuivere ruileconomie speelde geld alleen een technische rol. Maar in alle andere samenlevingen speelt geld een zeer politieke rol. In 2008, toen door de crisis een diepgaand wantrouwen ontstond tegenover de heersers van het geld (zowel bankiers als politici), is een poging ondernomen om een onafhankelijke, digitale munteenheid te scheppen: de Bitcoin. Het werd een mislukking: slimme internet-ondernemers gingen er met miljoenen vandoor. . Conclusie: Alleen de staat kan garanderen, dat je gestolen geld terug krijgt en dat de dief vervolgd zal worden. Er zit niets anders op dan een manier te vinden om de staat collectief te controleren om te voorkomen dat de overheid deelbelangen behartigt. De staat moet proberen de bankiers in de hand te houden, maar dat lukt vaak niet omdat de politici warme banden met de banken hebben.
Het probleem is niet eenvoudig: Als de overheden de banken had verhinderd, geld uit het niets te creëren, zouden het industriële wonder van 1928 en de voorspoed van 2008 niet hebben plaats gehad. Maar omdat hen helemaal niets in de weg werd gelegd, ontstonden er zeepbellen met onvoorstelbare ellende. De enige kans om tussen die twee uitersten door te varen is dat een overheidsinstantie (dus politiek) de hoeveelheid geld controleert.
Door de aard van de menselijke arbeid kan in marktsamenlevingen geld nooit, zoals in Redfords kamp, apolitiek zijn. Maar dat betekent ook, dat die samenlevingen de tendens in zich dragen, crises te genereren, in tegenstelling tot het kamp waar de crises van buitenaf kwamen. Of we het leuk vinden of niet, ook de kapitalisten hebben de staat nodig, maar degenen die namens de samenleving het politieke geld beheren dienen onder democratische controle te staan.
Commentaar Evert. . Varoufakis staat duidelijk in de Marxistische traditie, maar dat wil niet zeggen dat hij het met Marx eens is. Marx' volgelingen hebben in de praktijk zijn 'leer' in diskrediet gebracht door de gruwelijkste dictaturen met het woord 'Marxistisch' te tooien. , Toch blijft Marx de eerste, die de maatschappij van zijn tijd op zinnige wijze heeft geanalyseerd. Hij heeft daaraan echter een 'heilsleer' verbonden en voorspellingen gedaan die niet juist bleken. . Varoufakis graaft dieper en kritiseert ontwikkelingen van het kapitalisme in de 150 jaar na Marx. Opmerkelijk is, dat hij niet in termen van 'goed- kwaad', 'uitbuiters- proletariërs' spreekt, maar onderzocht hoe de rijken en machtigen in die positie zijn gekomen en bijna niet anders konden handelen dan zij deden. Ook is de 'oplossing' die hij biedt bescheidener: Meer en betere democratie. Dat die democratie tot nu toe gefaald heeft, stemt tot twijfel.

Hoewel zijn boekje eenvoudig lijkt, is het dat helemaal niet. Het gaat niet alleen over economie, maar over de hele maatschappij. Daarin verschilt het met andere critici, zoals Piketty* en M.Mazzucato**, die bepaalde aspecten vanuit de economie bekeken. . Zijn betoog geeft vanuit de prehistorie een alles omvattend beeld. Hij heeft originele inzichten en enkele m.i. zeer belangrijke waarheden, die ook al, zij het niet in zo'n alomvattend verband, door diverse commentatoren zijn gedaan. Die voornaamste 'waarheid ' is, dat de banken geld uit het niets creëren. Nu begrijp ik ook, waarom banken zo fanatiek vasthouden aan een lage 'dekkinggraad': Als ik van de bank een hypotheek krijg, bestaat 97% van dat geld eigenlijk niet, maar de bank vraagt er wel rente voor: wouw! Ik kwam er pas recent achter, dat 'vastgoedfondsen' die het toppunt van betrouwbaarheid leken (geen gebakken lucht, maar land en gebouwen) hun bezit met geleend (dus niet bestaand) geld hadden verkregen. Dat het huidige bancaire systeem onvermijdelijk tot crises moet leiden, heeft ook Joris Luyendijk*** al geconstateerd, al doorzag hij niet het 'waarom'.
Maar andere aspecten zijn voor mij moeilijk te begrijpen, en de wat 'drammerige' betoogtrant wekt soms irritatie op. Natuurlijk kan de hele wereldgeschiedenis niet door die éne factor (overschot-schuld- etc) zijn bepaald. Er zijn ook andere maatschappijen geweest (neem het oude Egypte) die niet zo zijn te verklaren. Engeland kan inderdaad model staan voor het moderne kapitalisme, maar hoe was het in Frankrijk, Duitsland, Rusland etc? En over Lenin-Stalin's heilstaat repte hij ook niet. Dat godsdiensten vrijwel steeds de machthebbers hebben gesteund, is evident, maar dat machthebbers de godsdienst hebben uitgevonden gaat te ver. Het christendom werd ruim 3 eeuwen lang door de machtigen vervolgd, totdat het - inderdaad - zijn 'zondeval' beleefde en staatsgodsdienst werd.
Niettemin heeft Varoufakis verrassende denkbeelden ontwikkeld. Ik denk dat nog nooit een historicus-econoom een dergelijke ambitieuze poging heeft gewaagd, maar ik vrees dat niemand uit het politiek-economisch establishment bereid zal zijn, serieus met hem in debat te treden. Dat bevestigt dan tevens, dat 'economie' in de praktijk geen wetenschap is maar overheerst wordt door ideologie.
* Piketty: Capital in the 21th century **Mariana Mazzucato: The enterpreneurial state. ***J.Luyendijk: Dit kan niet waar zijn.
Evert Dorhout Mees, Aug 2015
P.S. Onze media partijdig over Griekenland
Opvallend is, dat in onze media berichten over de Griekse crisis niet volstaan met het constateren van meningsverschillen, maar dat de Griekse ministers Tsipras en met name Varoufakis steeds worden voorzien van kwalificaties als 'onbetrouwbaar, 'dwarsligger' e.d. Volkskrant: Varoufakis werd 'gemangeld' door zijn EU collega's, die gefrustreerd raken door de 'onwil' van Athene. Trouw: De EU groep 'ergert zich kapot' aan de trage voortgang van de onderhandelingen. NRC: Varoufakis kreeg in Riga 'de wind van voren' omdat hij 'nog altijd niet' met concrete hervormingen op de proppen kwam. Deze informatie kwam van Bloomberg, een particulier business en media bureau, gevestigd in N.York.
Varoufakis stelde, dat die beweringen 'aantoonbaar onjuist' waren. Wie controleert dat ?? Onze media nemen onverifieerbare uitspraken van partijdige bronnen over dat de Griekse ministers incompetent, irritant, pedant en oneerlijk zijn.
James Galbraith is een bekend 'Keynesian' econoom (lid van de Executive Committe on World Economics) en criticus van het moderne kapitalisme (auteur van de bestseller 'The effluent society') Hij werkte enige tijd met Varoufakis samen en beschreef onlangs de volgende mythes (zeg maar leugens*) over de Griekse crisis: 1) Een 'ochy' bij het referendum betekent dat Griekenland uit de Euro en de EU gaat (Juncker*). Kan technisch niet eens. 2) Het IMF was 'flexibel' bij de onderhandelingen (Lagarde*) 3) De schuldeisers waren 'genereus' (Merkel*) 4) De CEB beschermde Griekse banken 5) Tsipras noemde IMF 'crimineel'. Aantoonbaar onwaar 6) Griekse regering bedreigt de alliantie met de USA idem

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu