Dit kan niet waar zijn - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dit kan niet waar zijn

Maatschappij
door Joris Luyendijk
'Sell the forward spread and buy protection on the tightening move, use indices and add to existing position, go long risk on some belly tranches especially where defaults may realize, buy protection on HY and Xover in rallies and turn the position over to monetize volatility'. Sorry voor dit staaltje modern Engels proza, maar dan zijn we meteen bij de kern. Want zo denkt een durfkapitalist de crisis te kunnen bedwingen. Hoewel die crisis ons allemaal raakt, is er toch een diepe kloof tussen belang en belangstelling. Maar de financiële wereld is geen ver-van-je-bed-show, het is het bed zelf, schrijft Luyendijk in het voorwoord.
Joris Luyendijk studeerde geschiedenis, antropologie en Arabisch, dompelde zich in de gewone Arabische wereld en schreef er een boek over: 'Het zijn net mensen'. Zijn conclusie was, dat het beeld in de media de werkelijkheid niet weergeeft. Diezelfde nieuwsgierigheid dreef hem naar de Londense city, het hart van de financiële wereld. Om die 'van binnen uit' te onderzoeken dompelde hij zich ruim 2 jaar in die cultuur en bestudeerde ook de uitgebreide literatuur over dat onderwerp.
Hij kreeg die kans toen de gezaghebbende krant The Guardian hem vroeg, blogs te schrijven over interviews met werkers in de bankwereld. In 'Dit kan niet waar zijn' neemt hij de lezer mee in het doolhof van zijn eigen leerproces. 'Ik heb de dingen verregaand moeten vereenvoudigen', schrijft hij in zijn nawoord. Maar de materie blijft complex. Hoewel het boek 'sappig' journalistiek is geschreven, is het toch moeilijk samen te vatten. Dat hij het een actueel tintje geeft door te vertellen dat zijn gesprekspartners een biertje of een frisdrank bestelden, een trek aan de sigaret namen en dergelijke, lost dat probleem niet op.
Het was moeilijk om de bankiers te spreken te krijgen: in die wereld heerst een 'omerta'. Als de naam van een geïnterviewde bekend zou worden, stond hij de volgende dag op straat. Toch meldden zich steeds meer mensen aan toen zijn blogs in The Guardian verschenen, zodat hij 200 (van de één miljoen!) werkers in de sector te spreken kreeg.
Het bleek, dat de financiële sector totaal versnipperd is: Het is een web van banken, verzekering maatschappijen en andere financiële instellingen. Ook de functies zijn verschillende werelden, die elkaar minachten of afgunstig zijn. Zo heb je traders, dealmakers en brokers, en ook nog de 'quants'. Dat zijn wiskundige geniën, die complexe 'producten' ontwerpen en torenhoge salarissen verdienen.
Maar de meesten zijn 'net gewone mensen'. Hoewel zij veel verdienen, worden zij niet zozeer door hebzucht gedreven maar door angst. Er is absoluut geen bestaanszekerheid. Als je op een dag een telefoontje van personeelszaken krijgt, kun je de tas meenemen, want je mag niet meer naar je kamer, kunt geen afscheid nemen van je collega's en je telefoon wordt geblokkeerd. Vaak worden 2 mensen voor dezelfde functie aangenomen: kijk wie er het eerste uitvliegt. Er heerst dan ook een dodelijke competitie. Er is geen tijd voor gezinsleven.
Om het betoog te verlevendigen, verdeelt Luyendijk ze in types als: zeepbelbankiers, neutralen, tandenknarsers, 'masters of the universe' e.d. Ook wel in diersoorten: mieren, springbokken, hyena's en vleesetende dinosaurussen. Maar belangrijker zijn de twee grondslagen van het systeem: 1) Absolute amoraliteit: de enige vraag van de 'professionals' is: Hoe kun je binnen de grenzen van de wet veel geld verdienen? 2) 'Caveat emptor', dwz de koper moet maar opletten, als hij de kleine lettertjes niet begrijpt, is dat niet onze zaak. Toch ontmoette een medewerker die schrok toen hij ontdekte dat zijn ouders een verzekering hadden gesloten bij een maatschappij, die hij zojuist had opgelicht. Als mijn kinderen zouden vragen: 'Pappa, wat doe jij eigenlijk?' moet ik zeggen: 'Nou lieverd, jouw vader bedondert mensen'. Wanneer iemand promotie maakt, zegt hij altijd dat hij 'mens' wil blijven. Maar degene die dat lukt heeft weinig succes in de nieuwe baan. Anderen veranderen van de ene op de andere dag, lopen opeens te bevelen.
Hij leerde eerst de weg in de 'job titles': Men is al gauw 'vice president'. later director en 'managing director'. Maar Goldman Sachs heeft duizenden 'executive directors'. Pas daar boven begint het echte management: de 'chief executive officer (CEO)
Een 'CDO-bankier' (Collateralized Debt Obligation) zegt: 'Waarom zou je een klant niet naaien als je onder zulke druk staat en weet dat je er juridisch mee weg komt? Waarom zouden mensen op de handelsvloer zich druk maken om de werking van complexe producten of de gezondheid van hun bank op de lange termijn, als ze weten dat ze elk moment kunnen worden ontslagen of weggelokt door een concurrent?
Het lukte niet, mensen helemaal in de top te interviewen, maar alles wijst er op, dat een dergelijke mentaliteit bij veel banken ook hogerop de norm is. Het is de vraag, of de megabanken nog beheersbaar zijn. Enkele malen verloren handelaren miljarden voor hun bank, één richtte hem (Barings) zelfs te gronde. Maar deze 'rogue trading' gaat niet over hebzucht, het gaat over wanhoop en is een direct product van hoe banken in elkaar zitten. 'Het is de cultuur die al die materiële verwachtingen schept. Mensen komen binnen en zien dat rotzakken met een grote bek het meeste succes hebben Dat gaan ze nadoen'.
Waarom waren die 'giftige' complexe producten als 'triple A' aangemerkt? Joris kreeg bezoek van Bill Harrington, die 11 jaar bij Moody's (een van de 3 grote kredietbeoordelaars) heeft gewerkt en er een vernietigende kritiek op schreef. Hij wilde wel met zijn naam in de krant. De kredietbeoordelaars worden betaald door de banken, wier producten zij 'onafhankelijk' beoordelen. Maar zij zijn niet aansprakelijk voor hun 'ratings', want dat zijn slechts 'opinies' die vallen onder vrijheid van meningsuiting. . Hetzelfde geldt voor de accountants (KPMG,EY, Deloite en PwC), die dan ook 'the big four' heten. Ook zij leveren duur betaalde 'adviezen' aan de banken die zij beoordelen.
Na een provocerend artikel in the Guardian kreeg hij 2 'toezichthouders' te spreken. Zij vormen slechts 1/2 % van de financiële sector, doen nuttig werk en worden regelmatig benaderd door banken waar zij veel meer zouden kunnen verdienen. Zij zijn dus minder conformistisch, meer gesteld op een sociaal leven en minder op luxe. Een handelaar had ze daarom 'idioten' genoemd, want waarom zou een slim, ambitieus ingesteld iemand anders toezichthouder willen zijn? . Toezichthouders baseren hun oordeel op 'self declaration', dwz op wat de managers ze voorleggen. 'Het gevaar is niet zozeer, dat het management dingen verborgen houdt, maar dat zij zelf niet weten waar ze mee bezig zijn'. zeiden ze.
De crisis. Wat Al Qaida in 2001 niet lukte, had de financiële sector in 2008 op een haar na wel teweeggebracht: een diepe ontwrichting van onze samenleving. Toch had Labour premier Brown de bankiers in 2007 nog de hemel in geprezen: 'De City is precies het soort geavanceerde en getalenteerde industrie met zeer hoge toegevoegde waarde waarmee wij de mondiale concurrentie aankunnen. Great Britain heeft meer van jullie daadkracht en ambitie nodig' (!)
De crisis van 2008 was voor de bankmensen die het van nabij meemaakten een 'absolutly terrifying' ervaring geweest. Toch hadden sommigen de fouten van het systeem wel in de gaten. Waarom hadden ze niet aan de bel getrokken? Niemand die indertijd het gevaar zag had er belang bij meer onrust te zaaien. De nuchtere van Rompuy wachtte tot 2014 met zijn uitspraak 'dat we enkele millimeters van een totale implosie' hebben verkeerd.
Business as usual. In korte tijd was de eigendomsstructuur van banken radicaal veranderd. Oude zakenbankiers werkten in kleine partnerschappen, waarbij het management grotendeels samenviel met de eigenaren. Als het mis ging waren ze aansprakelijk. Toen zijn ze opgekocht door grote beursgenoteerde consumentenbanken. Dankzij de 'deregulering' mochten die ook gaan 'zakenbankieren'. Zij werden 'too big to fail', waardoor de belastingbetaler voor de risico's opdraaide. Bij de crash van 2008 bleek dat zakenbankiers hadden gespeculeerd met spaargeld uit de consumentenpot. In de City noemden ze dat: OPM, oftewel: 'Other peoples money'. Moesten die twee dan weer gesplitst worden? - Nee, er komen - over een paar jaar - scheidingsmuren, bewaakt door de eigen 'risk-en-compliance' mensen. - De bankiers hebben niet gebroken met hun kredietbeoordelaars en accountants. - Zij willen geen verhoging van de (ridicuul lage) kapitaaleisen, ze hebben juist miljoenen gestoken in lobby's om die buffers laag te houden. . Kunnen banken zo georganiseerd worden, dat liegen niet meer beloond wordt? Nee, waanbankiers denken niet meer rationeel. Zij bedriegen niet zozeer anderen, maar vooral zichzelf. Banken zouden verkleind moeten worden, niet meer 'too big to fail'. Zakenbanken en gewone banken zouden weer gescheiden moeten worden. Maar dat gaat dwars in tegen 'het systeem', en zal dus niet gebeuren.
De managing directors, die zich zonder schaamte 'masters of the universe' noemden, ervoeren een beursgang ('deal scoren') in alle ernst als een orgasme. Zakenbanken zijn een extreem stimulerende omgeving: op je 21ste in een 5 sterrenhotel en business class vliegen. Veel vrouwen vallen op 'rich and evil bad boys'. Er is weinig fantasie nodig om te begrijpen dat deze mensen geen misstanden zullen aanpakken of hervormingen voorstellen. Een vrouw die na 2 jaar dealmaking was opgestapt zei: 'Ik heb veel geleerd, maar de echte les was, hoe snel je jezelf kunt kwijtraken, hoe makkelijk je een slecht versie van je zelf wordt'.
De financiële wereld bestaat niet uit mensen die moedwillig kwaad doen, maar uit conformisten die zich überhaupt geen vragen stellen over goed en kwaad. Wat buitenstaanders niet begrijpen is hoe je de bedrijfscultuur wordt ingezogen. Daar geldt: 'je bent vóór ons of je bent tegen ons'.
Oplossing? . Luyendijk is ronduit pessimistisch: De belangrijkste feiten zijn al lang bekend, maar de sector is immuun voor ontmaskering. Een toezichthouder van de Engelse Centrale Bank (Haldane), omschreef onlangs de balansen van grote banken 'de zwartste aller gaten'. Niemand heeft dus idee, hoeveel de banken bezitten. Die wereld is zo complex geworden, dat niemand meer overzicht heeft, en zo internationaal, dat geen enkel land dit alleen kan aanpakken. Hij vergelijkt het met een vliegtuig zonder piloot, met een lege cockpit. Daarom kan een crash zo weer gebeuren. Verwacht niet teveel van beter toezicht. Wat voor regels je ook bedenkt, ze zullen altijd manieren vinden om ze te ontduiken.
. De crash was niet het gevolg van persoonlijk falen, maar van het systeem. Het zijn de politieke partijen, die dat systeem de afgelopen 40 jaar hebben laten ontstaan. Zij hebben goedgevonden en gestimuleerd, dat zakenbanken fuseerden met consumentenbanken, lieten hypercomplexe financiële 'producten' toe, accepteerden dat kredietbeoordelaars en accountants worden betaald door de banken die zij moeten beoordelen, enzovoort.
In het Westen is de politiek steeds minder een rem op de macht van de financiële sector, en steeds meer een springplank richting die sector. Die identificatie van politieke partijen met de sector is niet zozeer corruptie, maar een kuddegedrag, dat de econoom Willem Buiter 'capture' heeft genoemd. Zij zijn oprecht gaan geloven dat de wereld in elkaar zit zoals de banken die schetsen.
Is Nederland anders? De City en Wall Street vormen de centra van het mondiale financiële systeem. Brussel en de Amsterdamse Zuidas zijn bijkantoren. Vandaar dat onze banken vestigingen in de City hebben, terwijl internationale zakenbanken ook 'Benelux-desks' hebben. Er zijn wel verschillen: Bij ons heerst een minder stringente 'code of silence', er is een beter sociaal vangnet en er zijn stappen genomen tegen accountantskantoren. Maar belangrijker zijn de overeenkomsten: Bij onze grote banken gelden dezelfde belangenconflicten. Ook zij zijn 'too big to fail' en hun zakenafdelingen kunnen het spaargeld van gewone mensen gebruiken voor hun riskante 'deals'. Bij ons is legale corruptie ofwel 'campagnedonaties' veel minder gangbaar, maar dat geldt niet voor tweede carrières van oud-politici. Zij krijgen prachtige banen bij financiële dienstverleners terwijl ook sommige ambtenaren en toezichthouders enorme salarissen opstrijken._______________
Commentaar Evert . Dit is een uniek boek. Nooit eerder durfde een intelligent, geslaagd onderzoeker 2 jaar te steken in een project,waarvan het succes volstrekt onzeker was. Veel van de feiten waren wel bekend; het schokkende is dat de cultuur van de financiële wereld zo algemeen en politiek geaccepteerd is, dat de 'spelers' niet anders kunnen handelen. Daarom kan het probleem niet door andere leiders of betere regels worden opgelost.
. Maar klopt het beeld wel, dat Luyendijk geeft van de financiële wereld? Hij geeft toe, dat hij de allerhoogste bazen niet te spreken kreeg. Dat neemt niet weg, dat hij de sfeer in alle andere lagen van dat gesloten wereldje overtuigend schetst. Een Turks spreekwoord luidt: 'Een vis begint te stinken bij de kop'. Het lijkt uitgesloten, dat de leiders van die amorele massa's moreel hoogstaande, verstandige lieden zouden zijn. De kritiek van Luyendijk komt ook niet uit de lucht vallen: De Commissie Structuur Nederlandse Banken schreef in haar rapport: 'Een op korte termijn georiënteerde cultuur, te grote risico geneigdheid en complexe organisatiestructuren bij banken hebben de crisis mede veroorzaakt' (!)
Waarom heeft na de publiciteit in The Guardian geen van die topmensen een interview gevraagd? In Nederland was er naar mijn weten ook geen inhoudelijke kritiek. Natuurlijk schoot Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken wel uit zijn slof en noemde Luyendijk een 'populist'. Geen erg overtuigend argument. Anderen vinden, dat hij juist te zacht over de bankiers oordeelt: Zij wisten toch wel degelijk dat hun 'producten' weinig meer dan oplichterij zijn?
Tenslotte: De crisis in de dertiger jaren van de vorige eeuw zal ook wel met overmoed en bedrijfsblindheid van bankiers te maken hebben gehad, maar toen hadden de banken toch nog geen zakenafdeling ?

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu