De tijger en de kat - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De tijger en de kat

Vertalingen > Uit het Turks > Sprookjes van Nazim

Ik weet niet of jullie dat weten, maar de tijger en de kat zijn familie van elkaar. De kat is namelijk een oom van de tijger. Eens op een dag, op een Dinsdag - waarom op Dinsdag, zul je vragen- nou, op een Woensdag - waarom op Woensdag, zul je vragen - goed dan- laat ik zeggen, zoals ik al begon, eens op een dag kwam de tijger zijn eigen oom, de kat tegen.

'Och mijn oompje, zielenpoot', zei hij, 'waarom ben je toch zo'n klein
scharminkel?'
'Als jij, zoals ik, in handen van de mensenkinderen was gevallen, dan zou je
weten waarom ik zo'n klein scharminkel ben gebleven'.
'Kom , kun je mij eens zo'n mensenkind laten zien oompje'.
'Goed hoor, dat kan ik best. Kom maar mee'.

En zo gingen oom en neef samen op weg. Daar zagen ze een kudde buffels
aankomen. Toen ze erbij gekomen waren vroeg de tijger: 'Zijn dat nu die zogenaamde mensen van jou?'
De kat moest glimlachen: 'Kijk eens naar die beesten. Een enkel mensenkind
kan wel honderd van die schepsels voor zich uit naar een weide voeren. En ze gaan naar de plek die hij wil'.
Zo liepen neef en oom verder. Daar dook een troep paarden op. Toen ze er bij
gekomen waren vroeg de tijger: 'Zijn dat nu mensen9'
De kat moest weer lachen: Wat denk je, neef, een mensenkind klimt op hun
rug en rijdt over de hele aarde'.
Zo liepen neef en oom weer verder. Daar zagen ze een kudde kamelen. De
tijger was er zeker van dat dit wel de mensen moesten zijn. 'Kijk eens, daar heb je de mensenkinderen' riep hij uit.
'Je hebt het weer mis, neefje' zei de kat. Een kind van de mensen bindt die aan
elkaar, klimt dan zelf op een ezel en brengt die geweldige bochelbeesten naar welke plek hij ook maar wil'

Neef en oom liepen weer verder. Ze liepen kort, ze liepen lang, ze liepen over bergen en dalen, en tenslotte kwamen zij bij een heuveltop. Op die top was een bos, en daar was een houthakker bezig een geweldige boom met een bijl te
vellen. Hij had geen jas aan, zijn mouwen had hij opgestroopt en zijn brede voorhoofd was nat van het zweet. 'Dat is nou een mensenkind' zei de kat. De tijger was stom verbaasd: Die mens zag er helemaal niet indrukwekkend uit.

De kat stelde de tijger aan de houthakker voor, en vertelde hem waarom
de tijger zo graag tenminste een keer een mensenkind wilde zien.
'Hartelijk welkom, broer tijger, zei de houthakker, 'blij met je kennis te
maken. Nu je toch zo'n eind gekomen bent, kun je me misschien even een handje helpen? De tijger zwol van trots omdat een mensenkind hem om hulp vroeg, en zei tegen zijn oom, de kat dus, met een knipoog: 'Zie je nou, die mens wil graag hulp van mij', en tegen de houthakker: 'Kom maar op, waar moet ik je me helpen?'

'Och kijk eens', zei de houthakker, misschien kun je deze kloof met je klauwen wat wijder maken, dan kan ik gemakkelijker werken. Ik ben daar niet sterk genoeg voor .'
De tijger gaf zijn oom, de kat dus, weer een knipoog. Toen greep hij met zijn klauwen, om zijn kracht goed te laten zien, diep in de kloof die de houthakker in de stam van de gevelde boom gemaakt had. De houthakker trok snel de wig uit de kloof, en die sloot zich om de klauwen van de tijger. De houthakker ging op zijn gemak voor de tijger, die niet wist wat hem was overkomen, op zijn hurken zitten en stak een strootje aan.

De tijger die in de val zat, wilde wel brullen van pijn, kon zich uit schaamte nog net bedwingen. Intussen was de kat, dus de oom van de tijger, in een denneboom geklommen en keek van daar naar zijn neef terwijl hij zachtjes giechelde en zijn snorharen krulde. De tijger kon dat niet meer uithouden en vroeg aan de kat terwijl hij zijn kop ophief: 'Heb toch medelijden, oompje, zal die mens van jou mij niet vrijlaten voor ik net zo klein ben geworden als jij?'
'Dat weet God alleen, miauw', zei de kat.....
En volgens dit verhaal stamt het miauwen van katten als ze plezier hebben uit die tijd.


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu