De Hettieten - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De Hettieten

Geschiedenis

Op een uurtje rijden van ons huis in Izmir moest zich een rotsreliëf bevinden, dat de plaatselijke bevolking ‘Eti baba’, ofwel ‘Pappa Hettiet’ noemde. Na enig zoeken vind je de beeltenis van een meneer, die gezien zijn kledij zonder twijfel een Hettiet was. Verspreid over heel Anatolie zijn er vergelijkbare reliëfs. Wat hadden de Hettieten daar te maken, 1000 Km ten Westen van de eigenlijke hoofdstad Hatusha, en wie waren de Hettieten eigenlijk?

Het schiereiland Klein Azië, dat nu de republiek Turkije
bevat, is vanaf de oudste tijden bewoond geweest. Het meest bekend zijn de Aeolische, Ionische en Dorische vestigingen langs de Westkust tussen  1200 en 800 v, Chr. Omstreeks die tijd zijn ook bekend het half-legendarische Phrygische rijk(800-700) van koning Midas, en iets later het Lydische rijk(700-550)  van Kroisos,waarover Herodotus ons pittige details heeft verschaft. Minder bekend zijn de veel oudere rijken van Urartu (900-700) in het Oosten en de Hittiten of Hettiten in centraal Anatolie, dat in Herodotus’ tijd al vergeten was. Over dat laatste gaat het volgende:

Het Hettitische rijk
heeft lang bestaan (1750-1200) en was ongetwijfeld het machtigste van allen, met een hoge ontwikkeling. Waarom is het dan zo laat ontdekt? Natuurlijk was het al wel bekend, maar de betekenis werd pas in de vorige eeuw duidelijk. In de Bijbel worden de Hettieten meermalen genoemd. Maar zij worden terloops vermeld, alsof het om een stam ging onder vele anderen. Ezau trouwde met twee Hettitische vrouwen, die ‘een kwelling des geestes waren voor Izaak en Rebecca’.(Gen.26-34/5)
Alleen bij de ontzetting van het beleg van Samaria onder koning Joram wordt verteld, dat  ‘de Here een geluid liet horen als van wagens en paarden’ waardoor de Arameërs dachten, dat de koning van Israël de koning der Hittieten als bondgenoot te hulp had geroepen. (II Kon. 7- :6/7)  De Hettieten waren inderdaad een van de eersten die strijdwagens
gebruikten. Zij waren dus kennelijk een begrip. De Syriers (Arameers)  uit Aleppo hebben voortdurend met de Hettieten oorlog gevoerd. Maar ik loop vooruit, laat ik bij het begin beginnen.

Bij gebrek aan een eigen geschiedschrijving waren onderzoekers aangewezen op teksten uit de omliggende landen, met name uit Egypte en Assur. Later werden wel, zelfs zeer veel Hettitische inscripties en archieven gevonden, maar die zijn niet gedateerd.  
In de 19 eeuw werden in Syrië oorkondes in spijkerschrift ontdekt, ten dele in het Akkadisch, dat men al kende. Zij bevatten o.m. een felicitatie van
de Hettitische koning Suppiluliuma aan de Farao Echnaton. Omstreeks 1910 werden in het dorpje Boğazköy Hettitische archieven met 10.000 kleitabletten gevonden, die door de Tsjech Hrozny werden ontcijferd. Sindsdien weten wij verrassend veel over de Hettieten. Spectaculair was ook de vondst van een tweetalige inscriptie in het veel Zuidelijker gelegen Karatepe met Fenicisch en Hettitische hiëroglyfenschrift. Later bleken beide schriften toch na verwant.
Het is in dit verband nuttig, om even bij de taalproblematiek stil te staan.

Aanvankelijk werd centraal Anatolie bewoond door de Hatti. Dat was een niet-Indo-europees volk, dat een agglutinerende taal sprak, dat in spijkerschrift werd geschreven. Waarschijnlijk  namen de Hettiten hun benaming over. Hattische teksten gingen vooral over religieuze zaken. Ten Westen, in de streek rond het huidige Izmir bestond een koninkrijk dat Arzawa werd genoemd. De Indo-europese bewoners spraken de Luwische taal, die in veel archieven is teruggevonden,  maar over Arzawa zelf hebben we alleen indirecte informatie. Het zou later zijn opgegaan in het Lydische rijk.
In het N.Oosten werd door de oorspronkelijke bevolking ook een IndoEuropesche taal gesproken, het Palaïsch. Ten Zuiden, dus in Noord Mesopotamie en het land tussen het Zagros gebergte en de Tigris  woonden de Hurrieten. Die waren waarschijnlijk uit N.Perzië afkomstig en spraken een agglutinerende taal. Zij zijn verwant met de Urartiers, die woonden in wat later Armenië heette. In de genoemde Hettitische kleitabletten verzameling  komen 8 verschillende talen in verschillende schriften voor. Wat het schrift betreft is het goed te weten, dat (cuneiform) spijkerschrift, dat door de Sumeriers is uitgevonden, alleen op kleitabletten voorkomt,. maar  dat er wel verschillende vormen van bestonden. Hiërogliefen zijn van Egyptische oorsprong, maar werden ook voor andere talen gebruikt. Zij weren oorspronkelijk alleen op steen gebeiteld.

Nu dan de geschiedenis. Omstreeks 2500 voor
Chr. bestond er al ten N. van het huidige Kaiseri een Assyrische handelspost, Kanesh.  Onder deze, voor de leek weinig zeggende resten zijn een 11.000 tal met spijkerschrift beschreven kleitabletten gevonden, afkomstig uit de archieven van die zakenlieden om en nabij de jaren 2100 tot 1800. Zij geven een verrassend inzicht, niet alleen in de commerciële, maar ook in de politieke en sociale toestanden uit de brons-tijd. Het blijkt dat deze ruïneheuvel destijds een bestuurlijk centrum was van een netwerk van ‘koloniën‘ en factorijen verspreid over een straal van 300 Km in centraal Anatolie.   De export naar Assyrië betrof vooral koper en tin (nodig voor maken van brons) uit de mijnen van Ergani (bij het huidige Elaziğ), en ook zilver. Deze werden geruild voor kleden en stoffen uit Mesopotamië.  De Assyriers hebben dit gebied nooit militair trachten te bezeten. Hun handelaren bleven soms jarenlang in den vreemde en namen zich een echtgenote, al of niet naast die in Assur.

Tussen 2000 en 1800 v.Chr. vestigden zich in dat gebied een Indo-Europees volk, de Hettieten. Zij kwamen uit het Noorden, waarschijnlijk via de Bosphorus. Zij roeiden de bewoners niet uit, maar namen delen van die culturen over en kregen geleidelijk steeds meer macht, totdat zij tenslotte een imperium stichtten. Aanvankelijk bewoonden zij het gebied van de Hatti, waarvan zij de naam overnamen, en vervolgens ook een deel van de Hurriten. Oude Hettitische teksten spreken over Hurrieten als tegenstanders, maar later als onderdanen. Veel koninginnen droegen Hurritiesche namen. De invloed van de Hurrieten op de Hettitische cultuur was aanzienlijk. Zij introduceerden als eersten het gebruik van door paarden getrokken lichte strijdwagens. Uit teksten blijkt dat de paardenfokkerij bij de Hettieten in hoog aanzien stond.

Het rijk kende twee bloeiperioden, het Oude en het Nieuwe of Groot-rijk.  Het was goed georganiseerd en krijgshaftig, met minder kunstzinnige uitingen, vergelijkbaar met de Romeinen.  Het streed tegen de omliggende volken en breidde zich met wisselend succes naar alle kanten uit., warbij het  in conflict kwam met Babylonie en Egypte..
Het Oud-Hettitische rijk (1750 – 1450) is dus geleidelijk ontstaan uit kleinere rijkjes. Het centrum lag in het Noorden van Cappadocie bij de stad Kanesh,  die in 1780 door koning Pithana werd veroverd. Hij verwoestte vervolgens het nabij gelegen Hattush., maar dat werd 100 jaar later door koning Labarna tot hoofdstad Hattusha gemaakt. Hier zijn de meest indrukwekkende overblijfselen gevonden.  
Koning Labarna- Hattushili breidde het rijk naar het Zuiden tot in Syrië  uit en veroverde in het Westen het Arzawa rijk. Maar het was wel een ímperium, dwz dat het zijn cultuur niet aan de onderworpen gebieden opdrong. Arzawa moest in de volgende eeuwen nog een paar keer opnieuw worden onderworpen..
Zijn kleinzoon Murshili verwoestte in 1595 eerst Aleppo
en vervolgens Babylon, waardoor het rijk van Hamurabi ten val kwam. Hierdoor kreeg een Indo-Iraans rijk van de Hurrieten  de Mitanni, kans zich te vestigen in het gebied van het huidige Koerdistan. Over dit vrij krachtige rijk, dat een buffer vormde tussen de Hettieten en de Assyriers, zijn geen eigen bronnen gevonden en de informatie komt dus uit teksten van omringende landen. In 1250 werden de bewoners van Mitanni door de Assyriers gedeporteerd (pardon, uitgezet).
Tijdens het Hettitische Nieuwe of Grootrijk (1450 -1180) werden de Cascaeers, een agressief volkje uit het N.Oosten teruggeslagen, de Arzawa enige malen tot de orde geroepen. In 1380 kwam Suppiluliuma
- 1  aan de macht.  Hij veroverde het  Mitanni rijk met de stad   Karkamisch, dat een Hettitisch bolwerk werd. De eerste koning Tudhalya heroverde ook het door Toetmoses 3 veroverde Aleppo.

Toen het rijk op het toppunt van zijn macht was, kwam het in botsing met Egypte. Aanvankelijk waren de relaties nog vriendschappelijk. Toen de farao  Amenophis de 4e
was gestorven, schreef zijn weduwe de volgende brief aan de Hettitische vorst Suphiluliuma: ‘Mijn echtgenoot is gestorven, en ik heb geen zoon. Men zegt dat U vele zonen bezit. Wanneer U mij  een van Uw zonen zou geven, zou hij mijn echtgenoot worden’..
Dit voorstel was zo ongewoon, dat Suphiluliuma eerst een afgezant zond om het te verifiëren. Toen het inderdaad gemeend bleek, zond hij een van zijn zonen. Maar die prins werd vermoord, we weten niet waar en hoe. Hierop vielen de Hettieten de belangrijke kuststrook bij de rivier de Orontes binnen.

In 1275 vond bij Kadesh aan de Orontes een grote veldslag plaats tussen Farao Ramses II. en de Hettitische koning Hattushili III-de.  Deze bracht 17.000 man en 3500 strijdwagens, elk bemand door 3 man in het veld, die een deel van het Egyptische leger bij verrassing versloegen. Maar de farao herstelde zich, en de uitslag van de strijd is onzeker.. Die slag was zo belangrijk, dat er zowel in Egyptische als Hettitische bronnen uitgebreid verslag van is gedaan. Beide partijen claimden de overwinning. Duidelijk is, dat beide kanten zware verliezen leden, dat de Hettitische opmars naar het Westen niet is voorgezet, maar dat zij ook niet uit Syrië werden verdreven.
In 1259 werd met Ramses een verdrag gesloten, en werd een Hettitische prinses aan hem uitgehuwelijkt. Dat was een gebruikelijke manier voor mannen om hun conflicten bij te leggen Koning Tuthaliya(1250 -1229) veroverde nog Cyprus (kopermijnen!)

Maar in de 12 eeuw kwamen grote volksverhuizingen op gang. Aan het einde daarvan ging het Hettieten rijk te gronde door conflicten met de Achaeërs (Grieken) in het Westen en de Phrygiers en de ´Zeevolken´ uit het Noorden. Over die laatsten heb ik geen verdere informatie kunnen vinden. Vanuit het Zuiden namen de Assyriers hun kans waar.
Na de val van het grote rijk bleven in het Zuiden kleine Hettitische rijkjes bestaan, bijvoorbeeld bij Karkamish en bij Sam’al (Zincirli) en Karatepe met Aslantas (Leeuwensteen) ten N van Adana. Uit deze tijd dateert ook de uiterst merkwaardige steengroeve met werkplaats Yesemek.  Die kleine stadstaatjes werden de een na de ander prooi van de Assyriers.  In 717 veroverde Sargon II Karkemish.

Wat de Hettitishe maatschappij betreft nog een enkele opmerking.

In tegenstelling tot  de Assyriers, die zelfs voor die tijd uitzonderlijk wreed waren, was het  bestuur en wetgeving van de Hettieten relatief humaan. Anders dan de wetten van Hamurabi was niet alleen vergelding, maar ook herstel van schade een leidend principe.    
De koning werd aanvankelijk gekozen zoals dat ook bij d Germaanse stammen gebruik was. Later eigenden zij zich meer macht toe. De koning was niet alleen opperbevelhebber, maar ook hoogste rechter en hogepriester. Die functie was zeer belangrijk. Vaak werd hij in priestergewaad afgebeeld. Hij moest overal in het rijk offerfeesten vieren.
De veeltalige archieven wijzen op, dat er een gedecentraliseerde bestuursvorm was.. We kunnen eerder van een gemenebest spreken.  Ook de godsdienst was syncretistisch: zij liet de locale goden intact. In oorkondes is sprake van ‘de duizend goden van Chatti’.
Opmerkelijk is, dat ook de koningin een onafhankelijke en invloedrijke positie had. In de koninklijke analen werden teksten en verdragen vastgelegd, die van een historisch denken getuigen, dat uniek is in zijn soort.             
                                     _________________
  Hier volgt nog wat archeologische informatie
:
Tweehonderd kilometer ten O van Ankara, bij het dorpje Boğazköy, bevinden zich de in 1882 ontdekte, indrukwekkende, zeer uitgestrekte  ruines van de Hettitische hoofdstad Hatusha. Hier zijn resten o.a. van een Assyrische handelspost en van een geweldig tempelcomplex, In de magazijnen werden enorme kruiken gevonden van 900 tot 3000 liter inhoud(!) Maar belangrijker waren de duizenden kleitabletten met spijkerschrift.
Het imposantste zijn  de verdedigingswerken. Een wal van 75 M basis en15 M hoogte, waarin resten van poorten, de Leeuwenpoort   Fascinerend vond ik de 71 M lange uitvals-gang onder de wal.
Binnen deze ommuring bevindt zich een acropolis, een ommuurde koningsburcht die in 1300  is gebouwd, maar die al vanaf het 3 millennium bewoond was. Ook hier zijn archieven met 2500 keitabletten gevonden, waaronder het vredesverdrag tussen Hatushli en Ramses de 2 uit 1270.
Vanaf Hatusha liep en 3 Km lange processieweg naar het openluchtheiligdom Yazılıkaya, (beschreven rots)  daterend uit 1250. Hier zijn goed bewaarde reliëfs te zien, voorzien van Hurritische hiëroglyfen. Een is een groep van 12 met sikkelzwaarden bewapende goden.  In een pas in 1967 ontdekte zijkamer is een relief dat de god Sharruma voorstelt, die zijn arm beschermend om koning Tudhaliya IV legt.
Op 35 Km ten NO van Hatusha is  nog een andere stad van het Groot-Hettitische rijk opgegraven: Turks Alacahöyük..Behalve een indrukwekkende Sfinxenpoort  zijn hier oudere koningsgraven uit de tijd van de Hattiers (2300-2100) gevonden met typische cultus beeldjes
Een van de belangrijkste  ruineplaatsen, Karkamish,  ligt aan de Syrische grens en was militair gebied, zodat we die niet konden bezoeken.  Wel zagen we het nabij gelegen dorpje Yesemek. Dat ligt aan de voet van een heuvel van basalt, dat kon worden gebruikt voor beeldhouw werk .Het betrof hier een atelier, dat op bestelling massaproducten voor tempels e.d. leverde, Er zijn  beelden van leeuwen, beren, sfinxen en goden te zien, in alle stadia van productie. De plaats moet in haast zijn verlaten, waarschijnlijk door een Assyrische inval omstreeks 8-700 v,Cr.

Oude volken, talen en schriften in het Midden-Oosten:


Volk
                                                    Taal                                         Schrift
Assyriers                                              Akkadisch                              
Spijker                 
(N Mesopotamie)
Arameers                                            Aramees   (Sem)                     
Hebreeuws
(Syrië en N Mesopotamie)                  
 Vanaf 6 eeuw vC  lingua franca                                                
Hatti  (oorspr.bew Mid. Anatolie          Hattisch , agglutinerend      Spijker
Hurrieten  uit N. Perzie ?                      Hurritisch           
Z.O. Anatolie                                                                                    agglutinerend
Luwiers (Ind-Eur volk)                         Luwisch                                
Spijker en (Arzawa rijk)                                                                                 hiërogliefen
Palaers   Ind-Eur volk                            Palaisch                
Oudste geschreven taal Spijker
Hettieten Indo Europ.volk                     Hettitisch                               Spijker en hiërogliefen    

                                                     Evert Mees, Maart 2008

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu