Cyprische kwestie - EDM-2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Cyprische kwestie

Turkije > Recente geschiedenis

Door zijn geografische ligging is Cyprus vanaf de oudste tijden bewoond geweest, maar tevens speelbal van de omliggende landen. Er zijn rijke archeologische vondsten uit het stenen, bronzen en Myceense tijdperk. Van een Romeinse provincie werd het deel van het Byzantijnse  rijk en mede door de vroeg-christelijke vestigingen (Paulus en Barnabas) had het veel prestige en verkreeg de kerk de status van "autocephaal" tot op de huidige dag. Gedurende 300 jaar heerste er de Franse kruisvaarders dynastie de Luscignan, die er de RK stichtte en enkel prachtige Gothische kerken en kloosters naliet. Vervolgens werd het eiland l00 jaar door de Venetianen zo uitgebuit, dat de bevolking de Turkse verovering als een bevrijding ervoer. De Turken  herstelden de Orthodoxe kerk weer en bestuurden het land via de patriarch, zoals ook elders in het Osmaanse rijk gebruikelijk was. Natuurlijk viel ook de Turkse overheersing tegen doorwanbestuur en uitbuiting.

In 1878 "leende" Engeland het eiland van de Sultan in ruil voor politieke steun
en lijfde het tijdens de eerste  wereldoorlog  geheel als kroonkolonie in. Hoewel het eiland nooit tot Griekenland heeft behoord, bestaat de bevolking voor 80% uit Grieks sprekenden en 20% Turken. De laatsten woonden soms in geheel Turkse wijken en dorpen, maar meestal "gemengd". Hoewel zij daar steeds vreedzaam  samen leefden, hadden de 2 bevolkingsgroepen geen gemeenschappelijke taal, godsdienst of cultuur en bestond er geen "Cyprische natie".
                                           
Door hun aantal, maar vooral door hun grotere ambitie en activiteit voerden Grieken
de boventoon en was de bijdrage van het Turkse deel in het "nationale product" gering. Aanvankelijk waren de Turks Cyprioten  (ik zal verder voor het gemak van Turken en Grieken spreken) meer anti Engels dat anti-Grieks, diep beledigd door de hooghartige manier waarop het Engelse bestuur Islamitische instituten afschafte encontroleerde, maar er bestond aanvankelijk geen beweging voor aansluiting bij Turkije. Dit heeft wellicht ook te maken met de besliste wijze waarop Atatürk elk Turks nationalisme buiten Turkije afwees, waardoor uitbreiding van Turks grondgebied.
tot op heden onbespreekbaar is.

Van Griekse zijde was er echter vanaf 1930 een sterke actie voor aansluiting bij Griekenland (enosis). Vanaf 1950 won dit streven onder leiding van aartsbisschop (!) en politicus Makarios nieuwe kracht, zowel op het internationale vlak als locaal. De terreurbeweging EOKA voerde onder leiding van kolonel Grivas  een zeer efficiënte terreur, die ± 500 levens kostte. Wegens al te duidelijke steun aan die terreur werd Makarios door de Engelsen verbannen. Inmiddels was de strategische betekenis van Cyprus voor Engeland verminderd en overwoog het zich terug te trekken, hetgeen de Turkse bevolking alarmeerde.
Tenslotte werd in Zürich een overeenkomst tussen Engeland, Turkije en Griekenland
gesloten, waarbij  Cyprus een onafhankelijke staat werd met een grondwet, die vergaande garanties voor de Turkse bevolking bood. Er kwam een Griekse president  (Makarios)
en een Turkse vice president met veto-recht in belangrijke zaken.
Voorts kregen de Turken een relatief groot aandeel  (30%)  in officiële functies
en het recht eigen gemeente besturen te vormen. Dit verdrag gaf de deelnemende landen (Engeland, Turkije, Griekenland) het recht in te grijpen als het zou worden
geschonden. Het was vrij haastig beslist, zonder al te veel inspraak, maar Makarios
behaalde een 2/3 meerderheid ten gunste ervan bij het daarover gehouden referendum. Eisenhouwer noemde het "an imaginative act of statemanship", en dat was het van Griekse kant (maar anders dan hij bedoelde)  want zij zagen  het als een stap naar enosis.
"It became clear verv soon that the Greek  Cvpriots did. not intend to abide by the constitution and that their entrance info this solemn legal obligation with the Turkish Cvpriots was a cynical deception",
schreef  de Engelse palementscommissie.    

In 1962 verklaarde aartsbisschop Makarios (en weigerde dit te herroepen): "Totdat deze Turkse gemeenschap, die een deel is van het Turkse ras dat altijd de vreselijke vijand van het Hellenisme is geweest, is verdreven, is de taak van onze EOKA helden niet voltooid".
Iedere participatie van Turken in het bestuur werd onmogelijk gemaakt.
De Turken brachten het  probleem voor het "opperste constitutionele gerechtshof".
Dat stelde hen in het gelijk, maar Makarios verklaarde er zich niet aan te zullen
storen, waarop de neutrale president, Prof. E Forsthoff, aftrad. In november '63 eisten de Grieken afschaffing van 8 basale artikelen, die ter bescherming van de Turken in het verdrag waren  opgenomen, hetgeen natuurlijk geweigerd werd. Kerstmis 1963 gingen de Griekse paramilitaire organisaties tot actie over, nadat tevoren alle Turkse politie was ontwapend. Op 23 december werden 25 Turkse patiënten in het ziekenhuis van Nicosia vermoord en in de volgende
dagen werden in een wijk van Nicosia en enkele dorpen honderden Turken afgeslacht.
Dit maakte deèl uit van een geheim, later uitgelekt plan ‘’Akritas’. Een journalist van de Daily express schreef: ’Wij waren de eersten die in de Turkse wijk van Nicoisa binnen kwamen waar 2-300 mensen zijn vermoord. Wat wij zagen was te vreselijk om af te drukken: "Horror so extreme that people seemed stunned
byond tears’.
 Meer moordpartijen volgden, de Turken verweerden zich zo goed ze konden, maar er was geen sprake van dergelijke slachtingen van hun kant. In februari 1964 schreef de Amerikaanse undersecretary of state Geore Ball : "Makarios is turning Cyprus into his private abattoir and all the Greek Cvpriots want is to be left alone and kill the Turks". Inmiddels waren 20.000 Griekse soldaten clandestien naar het eiland gekomen en had Makarios alle Turken uit officiële functies ontslagen. Een Engelse lagerhuiscommissie rapporteerde "that much of the violence.…was either directly inspired by,  or certainly connived at, by the Greek Cypriot leadership itself".
Op dit moment was er meer dan voldoende grond voor Turkije om in te grijpen, maar angst voor internationale verwikkelingen weerhield hen. Inderdaad, de VN steunden voortdurend het Griekse standpunt. De jaren1963-1974 waren gekenmerkt door regelmatig herhaalde moordpartijen maar bovenal door een economische blokkade van de Turkse bevolking, van wie 30% in enclaves en tentenkampen leefde, bewaakt door enkele inmiddels gearriveerde VN troepen. Onder hun ogen werd niettemin vanuit Griekenland demilitaire macht verder uitgebouwd. Inmiddels was in Griekenland het beruchte kolonelsregiem aan de macht gekomen.
In 1971 keerde Grivas terug om de terreur organisatie "EOKA-B" te vormen,
ditmaal uitsluitend tegen de Turken gericht. Omdat Makarios te "zacht" (diplomatiek) was en officieel de enosis (nog) niet verdedigde, grepen Griekse officieren met steun van de kolonels junta de macht.  Makarios ontsnapte met moeite  Zij benoemden een beruchte terrorist, Samson, als president.  "Die was net zo onaanvaardbaar voor de
Turken als Adolf Hitler zou zijn als president van Israël".
Terstond werd het moorden hervat, ditmaal ook van Griekse aanhangers van Makarios. Het aantal Griekse slachtoffers wordt op 1000 geschat. Een Turks  voorstel om samen met Engeland in te grijpen, werd door de Labour-regering geweigerd. Op 20 Juli 1974 beval de Turkse premier Ecevit tot wat de wereld, in navolging van de Grieken, een "invasie" noemde en de Turken een "vredes-reddings operatie". Natuurlijk namen de Griekse massamoorden toe, zodat de lijken met bulldozers onder de grond moesten worden geschoven. Na een korte wapenstilstand hervatten de Turken hun offensief en bezetten in enkele dagen 39% van het eiland. 150.000 Grieken vluchtten in paniek en 50.000 Turken wisten naar het Noorden te ontkomen. Sinds die dag is het rustig gebleven en deelt een IJzeren gordijn" het eiland in tweeen. Turkije werd gestraft met een embargo. In deze 20 jaar is er veel onderhandeld, maar alles loopt vast op de Griekse onwil om voldoende veiligheidsgaranties voor de Turken te geven, want over teruggave
van land willen de Turken wel praten. Niet alle Turkse politici zijn gelukkig met
de 175.000 volksgenoten die internationaal een onevenredig zwaar blok aan het been vormen, maar niemand kan zich permitteren hen in de steek te laten.
De Turks-Cvprische leider Denktas
, mag dan intransigent zijn en er mogen door de Turken ook fouten zijn gemaakt, alles overziende lijkt het mij uitgesloten dat ook met de meest grote inschikkelijkheid nu of in het verleden ooit een rechtvaardige oplossing zou zijn gevonden.

Immers de Griekse kerk, die een geduchte politieke macht vormt, predikt onafgebroken haat tegen de Turken. Vanaf de lagere school wordt de kinderen met de paplepel ingegoten dat de Turken vijanden zijn.
Dit is een kleine selectie van wat ik gehoord en gelezen heb. De Turks-Cyprioten begonnen er nooit zelf over. Documentatie was bijna niet te krijgen en kwam dus van buitenlanders.
Nog steeds zijn 300 Turken vermist (dus dood). Van de vermiste Grieken is het grootste deel
zeker door Samson's aanhangers vermoord, maar er wordt steeds gesuggereerd, dat zij nog in
Turkse gevangenschap zijn,  om zodoende de haat levend te houden. Wij hebben in een dorpje en in een klooster nog enkele Grieks-Cvprioten ontmoet, die kennelijk in goede vrede met hun  buren leefden.

Onbegrijpelijk blijft dat, terwijl de feiten toch bekend zijn, de Grieken, de hele wereld (met name
de VN) nog steeds kunnen overtuigen van hun standpunt.

Geraadpleegde literatuur.

 Briefing note van 131 Engelse leden van het parlement. Mei 1992
J. Reddawav: The British connection with Cvprus
T. Oberling: Negotiating for survival. 1991 C.H. Dodd: The political, social and economic development   of N Cvprus  1993
J. Stavinides: The Cyprus conflict  1975
De officiële Griekse geschiedschrijving heb ik niet geraadpleegd.
Oberling zegt hierover "Dit is hysterie, heen historie"!
E.J. Dorthout Mees, Izmir
juli 1994

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu