Homepage Prof.Dr.Evert Dorhout Mees


Go to content

Main menu:


Armeense genocide

Turkije > Geschiedenis+politiek

Er is geen twijfel mogelijk dat in 1915 een gruwelijke, systematische slachting van het grootste deel van de in Anatolië levende Armeniërs heeft plaatsgevonden. Het feit, dat politici dit 90 jaar na dato in de actualiteit brengen, heeft natuurlijk andere oorzaken dan geschiedkundige belangstelling. Maar ondanks begrijpelijke emoties is kennis van de historische achtergronden nodig.
In tegenstelling tot wat in het Westen vaak gedacht wordt, was het Osmaanse imperium
geen uitsluitend Turkse aangelegenheid. Van alle minderheden hadden Armeniërs de meeste belangrijke functies, en werden als de meest loyale onderdanen beschouwd. Zij woonden over het hele land verspreid,en waren ook in het 'hartland' van Armenië (Oost Turkije) een minderheid.
Begin 18 eeuw kwam het nationalisme op dat ook sommige Armeniërs inspireerde. Er werden bomaanslagen gepleegd die tot bloedige represailles leidden. Maar tegelijkertijd begon een terugtocht van moslims en Turken op alle fronten: Alleen uit de Krim vluchtten
1 miljoen mensen naar Anatolië. Tijdens de Russische- en Balkanoorlogen vonden vreselijke slachtingen onder de Moslims plaats, die enorme vluchtelingstromen op gang brachten. Tussen 1878 en 1904 vestigden zich 850.000 van wraakgevoelens vervulde slachtoffers in door Armeniërs bewoonde gebieden.
In 1914 sleepte de premier Enver pasha zijn land in de 1 wereldoorlog en begon terstond een veldtocht tegen de Russen in de Kaukasus, waar veel Armeniërs woonden. Door een totaal gebrek aan voorbereiding kwam vrijwel het hele 80.000 man sterke Turkse leger door kou om het leven. De Russen vielen hierna het land binnen kregen incidenteel steun van de plaatselijke bevolking. Enkele Armeniërs vochten in het Russische leger. Op 15 April 1915 gaf de regering bevel alle Armeniërs te 'verplaatsen'. Dit resulteerde in massale slachtingen, uitgevoerd door de ‘veiligheidsdienst’ en Koerdische bendes. Enkele generaals en gouverneurs protesteerden, maar dat werd als landverraad beschouwd. Hierdoor hield de Armeense bevolking in Oost-Turkije op te bestaan. Alleen in Izmir en Konstantinopel bleven 100-200.000 Armeniërs relatief ongemoeid.
Na de nederlaag in 1918 heerste in Turkije een onvoorstelbare rampspoed. Terwijl hongersnood en ziekten, roversbendes van gedeserteerde soldaten de reeds door oorlog gedecimeerde bevolking teisterden, bezetten geallieerde en Griekse legers grote delen van het land. De Fransen brachten Armeense detachementen mee, die wraakacties hielden. Veel ware verhalen over Armeense wreedheden dateren uit die tijd.
Het verdrag van Sevres, nog vernederender dan dat van Versailles, liet vrijwel geen Turkije over. Bijna 1/3 was als ‘Armenië’ gepland. Atatürk heeft het gepresteerd, uit deze chaos een nieuwe natie te smeden, die radicaal brak met het Osmaanse verleden. Hij had part nog deel aan de slachtingen, maar gezien zijn streven het verdrag van Sevres te herzien, evenmin behoefte die op de agenda te plaatsen. Sindsdien stelden alle Turkse regeringen zich op het standpunt, dat er aan beide zijden evenveel gemoord is en dat het feit de Armeense bewoners van Istanbul en Izmir (grotendeels) gespaard bleven, laat zien dat er geen plan bestond om het Armeense volk uit te roeien. Dit wordt in alle schoolboeken verkondigd. Zodoende werd het een zaak van (misplaatste) nationale trots. Daarom zijn de nu nog in Istanbul aanwezige Armeense gemeenschap en patriarch ook ongelukkig met de internationale acties.
Van groot belang voor de Turkse openbare mening zijn twee recente ontwikkelingen. In de eerste plaats de Armeense terreur-organisatie Asala, die in de 80er jaren 35 Turkse diplomaten in de wereld vermoordde. In de tweede plaats de bezetting en verdrijving van honderdduizenden Azeri's (broedervolk) jaren door Armenië ruim 10 jaar geleden. Zij zijn nog steeds niet teruggekeerd.
Het is beslist niet zo, dat alleen ‘rechtse nationalisten’ zich tegen de genocide beschuldiging verzetten. Turken weten niet beter. Wie het wel weten, zijn veel Koerden. Die bewonen immers hetzelfde gebied dat door Armenië geclaimd wordt, en in hun families leven de verhalen, die in de rest van het land taboe zijn. Tijdens mijn recente reis door dit gebied sprak ik enkelen die een Armeense grootouder hadden, die als wees was geadopteerd en van vervolging gered. De Koerdische krant ‘Ozgür Gündem´, spreekbuis van de ´terreur- organisatie´ PKK, heeft dit jaar zelfs een formele spijtbetuiging gepubliceerd.
De term 'genocide' wordt door velen zo opgevat, dat het de internationale gemeenschap verplicht om in te grijpen. Daarom wensten de USA die term in vergelijkbare situaties nooit te gebruiken. Er zijn meer landen, ´die maar eens met hun verleden in het reine moeten komen´. Het zou goed zijn, als Turkije daar nu toe zou komen. Maar het is duidelijk, dat druk van buiten contraproductief werkt.. Wij zien dat nu ook gebeuren.
Het is jammer dat de kwestie ook in onze binnenlandse politiek doordrong. Dat dient geen enkel nuttig doel.
E.J. Dorhout Mees, Vorden

Home Page | Nieuw!! | Actualiteiten | Boekbesprekingen | Geneeskunde | Turkije | Geschiedenis | Maatschappij | Islam | Contact | Site Map


Back to content | Back to main menu